Restaurant Les Bouquinistes: Le Menu-Mental

08/12/2016

Bij een recensie over een restaurant, wil je lezen hoe je er eet en of het er lekker is. Maar vandaag nemen we de tijd en gaan we eerst een kijkje nemen in het interieur. Want eten bij Les Bouquinistes is behalve een streling van de tong – nu verraad ik het toch al! – ook een uitnodiging om kennis te maken met hedendaagse kunst.

In 2013 nam 3-sterrenchef Guy Savoy het restaurant Les Bouquinistes over, richtte het volledig opnieuw in en catalogeerde het onder de noemer “Bistronomie”, de bistrot-variante van een gastronomisch restaurant van een topchef. Aanvankelijk had het een groot succes en wist Savoy snel een belangrijk internationaal cliënteel op te bouwen. Maar na de aanslagen in Frankrijk viel het toerisme terug en het publiek bleef uit. Tijd voor Savoy om het concept te herbekijken en er een nieuw elan aan te geven. In het voorjaar 2016 nam Savoy contact op met kunstenaar Fabrice Hyber, met wie hij even ervoor al samengewerkt had voor de inrichting van zijn nieuwe restaurant in de Monnaie, en samen onderzochten ze hoe Hyber de muren van het restaurant zou kunnen verfraaien met een groot kunstwerk.

Unknown.jpg

Man van Bessines, 1991, Fabrice Hyber

Een kleine toelichting bij Fabrice Hyber. Hij is geboren in 1963 in Luçon, en verwierf internationale bekendheid met zijn werk “Man van Bessines”, een beeld-fontein, die hij ontworpen had in het kader van een publieke opdracht voor de gemeente Bessines in 1991. Het is een groene man die uit verschillende gaten van zijn lichaam water spuit. Vandaag zijn kopies van deze groene man over heel de wereld te vinden: van Lissabon tot London, van Tokyo tot Shanghai. Wie Hyber zegt, noemt in een adem de “Man van Bessines”.

Hier volgt de brainstorming, die Guy Savoy en Fabrice Hyber zo ongeveer gehad moeten hebben over het te maken kunstwerk.

Hyber: Waar beginnen we?
Savoy: Bij de naam van het restaurant.
Hyber: Die is?
Savoy: Les Bouquinistes.
Hyber: Waarom?
Savoy: Het restaurant ligt tegenover de boekenstalletjes langs de Seine.
Hyber: Boekenstalletjes…
Savoy: Boeken.
Hyber: Woorden.
Savoy: Letters.
Hyber: Nee, ik zal met woorden werken. Niet met boeken, niet met letters, met woorden. Overal woorden.
Savoy: Zoals graffiti?
Hyber: Ja, graffiti is in.
Savoy: Graffiti. Zomaar graffiti?
Hyber: Ik zal termen uit de gastronomie gebruiken.
Savoy: Termen uit de bistronomie.
Hyber: Nee, gastronomie. Het maakt niet uit.
Savoy: Goed. Woorden die met gastronomie te maken hebben.
Hyber: Ingrediënten die je gebruikt.
Savoy: Toch niet mijn recepten!
Hyber: Ingrediënten én de sensaties die jouw keuken oproept.
Savoy: Ja, sensaties. Dat staat me aan.
Hyber: Emoties zijn heel belangrijk in een kunstwerk.
Savoy: Ja, maar geen ode aan mijn keuken. Dat zou misplaatst zijn in mijn eigen restaurant.
Hyber: Geen lofrede. Het moet persoonlijker.
Savoy: Intiemer.
Hyber: Het moet lijken op jouw persoonlijk aantekeningenboekje.
Savoy: Een inkijk in mijn intieme krabbels.
Hyber: Zoals de notities van een haute-couturier.
Savoy: Met woorden én schetsen?
Hyber: Met pijlen. Lijnen. Hoofdletters, kleine letters.
Savoy: Ga verder.
Hyber: Met kleuren.
Savoy: Het blauw van de Seine.
Hyber: De goudkleur van Parijs.
Savoy: De kleuren van de gerechten.
Hyber: Dat zal de inspiratie van het moment zijn.
Savoy: De vrijheid van de artiest.
Hyber: Het is tenslotte een kunstwerk.
Savoy: Niet een kunstwerk. Een kunstwerk van jou!
Hyber: Een Hyber! Dat is waar.
Savoy: Jouw bekendheid is een belangrijke factor.
Hyber: Ik zal een duidelijke stempel moeten zetten.
Savoy: Je naam in het groot tussen alle teksten door.
Hyber: Niet mijn naam.
Savoy: Ah nee?
Hyber: De Man van Bessines!
Savoy: Je Man van Bessines. Geniaal.
Hyber: Die mag niet ontbreken.
Savoy: Daar herkent men je aan.
Hyber: Ik zal jou als Man van Bessines tekenen.
Savoy: Een portret van mij op de muur.
Hyber: Jouw maten, jouw profiel in mijn Man van Bessines.
Savoy: Een perfecte samenwerking.
Hyber: Hyberiser noem ik dat.
Savoy: Hyberiser?
Hyber: Ik noem dat Hyberiser. Verbinden.
Savoy: Een mooie vondst. Daar moet ik ook eens…
Hyber: We zijn nog niet klaar: de taal. Frans?
Savoy: Het cliënteel is internationaal.
Hyber: Franse én Engelse woorden dan.
Savoy: Japanners en Chinezen zijn ook belangrijk.
Hyber: Wat oosterse tekens hier en daar, is mooi ook.
Savoy: Ik zie het voor me.
Hyber: Echte kunst kent geen grenzen.
Savoy: Ik denk dat we er zijn.
Hyber: Nee, nog niet. We zijn het belangrijkste vergeten.
Savoy: Ah bon?
Hyber: Het kunstwerk moet een naam hebben.
Savoy: We houden het simpel: Le Menu
Hyber: Le Menu-Pensée.
Savoy: Le Menu-Script.
Hyber: Doet denken aan manuscript.
Savoy: Een verwijzing naar de Bouquinistes.
Hyber: Een verwijzing naar literatuur is goed, maar …
Savoy: Je aarzelt.
Hyber: Le Menu-Script is te statisch.
Savoy: Te statisch.
Hyber: Menu-Mental.
Savoy: Menu hoe?
Hyber: Menu-Mental. De visuele uitbeelding van het creatieve denkproces van een chefkok.
Savoy: Geniaal.
Hyber: Het lijkt op “Monumental”.
Savoy: En?
Hyber: Een restaurant “Bistronome” is de kleine variante van een grote tafel, bijna Monumental!
Savoy: Hyber, tu es un vrai artiste!
Hyber: Het kunstwerk moet nog gemaakt worden.
Savoy: Dat zijn details. Nu eerst aan tafel!

Naamloos1.png

Guy Savoy voor zijn Menu-Mental in Restaurant Les Bouquinistes

L-B-11-1024x681.jpg

Detail van Menu-Mental in Restaurant Les Bouquinistes

 

Ja, nu aan tafel! Je kan dus eten in Les Bouquinistes en – zoals in het begin gezegd – het is er erg lekker. De keuken is verfijnd, een lichte versie van de Franse keuken met aandacht voor oude vergeten groenten en kruiden. Een aanrader!

Les Bouquinistes
53 Quai des Grands Augustins, 75006 Paris
Tel: 01 43 25 45 94
Prijs: ca. 80 euro pp.

 

Advertenties

KGB: harmonieuze fusion keuken

16/09/2016
img_1842

Gastvrij onthaal bij de KGB

Moskou, 1972. Twee spelden wandelen al keuvelend over straat.
“Sst… sst…,” zegt plots de ene speld tegen de andere, “opgelet, achter ons loopt een veiligheidsspeld.”

Het is een oud grapje, uit de tijd van de koude oorlog. Dagelijks lazen we in de krant over de verschrikkelijke communistische dictatuur in de USSR. De burgers, zo werd ons verteld, konden er hun mond niet opendoen of een agent van de KGB stond klaar om hen af te luisteren en hen, indien nodig, het leven zuur te maken. Die KGB toch… Vergeet dit alles en onthou alleen de naam. Want in Parijs is er onder dit acronym een restaurant dat je niet naar de hel, maar naar de hemel brengt. Waar men naar je luistert en meteen al je wensen in vervulling laat gaan. Alles, van het begin tot het einde, is er perfect, alles in een juiste balans: het gastvrije onthaal, de intieme zaal, de enthousiaste bediening aan tafel, de overheerlijke gerechten, de goede selectie wijnen, de eerlijke prijs. Kan het beter? Sst…sst… niet verder vertellen!

Voor een goede recensie met foto’s (25 jan. 2014): >>>
Voor nog een goede recensie: >>>

Adres:
KGB – Kitchen Galerie Bis
25, rue des Grands Augustins (quartier latin)
75006 Paris
www.kitchengaleriebis.fr

 

 

 

 


Bistrot Le Christine: een lekkere Franse keuken zonder meer

19/05/2016

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In hartje Parijs, niet ver van de Place Saint-Michel, is er een onooglijk klein straatje, niet veel groter dan een balzaal. Het is 96 meter lang en 10 meter breed. Vergelijk dit met de balzaal van het kasteel van Versailles: die zaal is 73 meter lang en 10,5 meter breed. De straat werd aangelegd in 1607 en werd vernoemd naar de kleine prinses die net een jaar daarvoor het daglicht had gezien: prinses Christine, dochter van Hendrik IV en Maria de Medici. Misschien had men geen grote toekomst voorzien voor deze tweede dochter van het koninklijk gezin, gezien de kleine maat van de straat, maar de maten hebben het kind toch op de een of andere manier aangesproken, want ze bleek al op jonge leeftijd gek te zijn op feesten en dansen. Op haar dertiende werd ze uitgehuwelijkt aan de twintig jaar oudere hertog van Savooie en gedwongen om het vrolijke Parijs te verruilen voor het provinciale stadje Turijn. Het hertogdom van Savooie had nog maar net enkele aarzelende stappen gezet om haar naam op de landkaart van Europa te krijgen en veel rijkdom en luister was in dit gebied ten Noord-Westen van Italië nog niet te vinden. De hertog wilde wel eens gaan jagen, maar dansen, dat zag hij zich niet doen. Hertogin Christine bleek echter een ondernemende dame te zijn en het duurde niet lang of ze introduceerde de Franse hofcultuur en architectuur in Turijn. Alles werd Frans wat de klok sloeg. Ze slaagde hier wonderwel in en ook vandaag nog heeft Turijn die Franse uitstraling. In Turijn is Madama Cristina een bekend historisch personnage, dat je op veel plaatsen in de stad tegenkomt, als naam van een winkel, een straat, een hotel,… Voilà.

Ik zou hier eigenlijk moeten stoppen en over mijn restaurant Le Christine moeten beginnen. Jammer, want over deze Madama Cristina is nog veel meer te vertellen. Haar naam is verbonden aan een wirwar van intriges. Kort door de bocht, komt het hier op neer. Ze zou gevallen zijn voor de charmes van de erudiete balletmeester Filippe de Agliè en haar tweede kindje, een zoontje, zou van hem zijn en niet van haar echtgenoot, de hertog. Een jaar na de geboorte van dit kindje overlijdt de hertog na het eten van een vergiftigde maaltijd – alle aanwezigen werden ziek, maar de koning stierf als enige -. Toeval of had iemand dit zo gewild? Na dit onverwacht overlijden neemt Madama Cristina het regentschap waar voor haar nog minderjarige zoon en ze stelt Filippe di Agliè aan als haar vertrouwensraadsman. Als regentes wordt Cristina van alle kanten belaagd: nu eens proberen haar schoonbroers haar plaats in te nemen, dan weer wordt ze onder druk gezet door haar broer Lodewijk XIIIe om het hertogdom bij Frankrijk te voegen. Maar Madama Cristina weet haar post te behouden. Dan volgt een nieuwe tegenslag, zij het dat gezegd wordt dat ook deze tegenslag door haar beraamd kan zijn. De troonopvolger overlijdt. Het is nu aan het tweede zoontje, dat geboren werd uit het liefdesnest, haar oogappel, om de titel van hertog te ontvangen. “Brave meisjes komen in de hemel, stoute meisjes overal,” zal misschien het motto geweest zijn van deze Madama Cristina. Maar tegen de tijd dat ze de dood voelde naderen, begon er iets te knagen. Het stoute meisje werd braaf. Ze werd fanatiek religieus en volgde meer dan twaalf missen bij per dag. Ze liet haar eten zelfs naar de kerk brengen, zodat ze haar gebeden niet hoefde te onderbreken en omdat de gebeden niet altijd volstonden, liet ze zich kastijden door de zusters van het klooster. Een leven een film waard.

Dit alles speelde zich af in Turijn, nu terug naar Parijs, naar rue Christine. Op nummer één van deze straat ligt het restaurant Le Christine, een moderne versie van de Franse bistrot. Over dit restaurant kan ik kort zijn. Het is een ideaal restaurant voor een avond dat je gewoon een lichte en lekkere Franse keuken wil eten, zonder meer. Je zal geen kreten slaan van “oh, wat mooi, heb je dit gezien, heb je gezien wie daar zit? Hier moet ik een een foto van maken, nee een selfie, wat heerlijk, wat een aardige kelner, oh la la wat heb ik goed gegeten”. Nee, niets van dat al, je gaat gewoon naar buiten met een tevreden gevoel, heel rustig, heel sereen, en als je even later je bed instapt, val je zonder dat je er erg in hebt in een diepe droomloze slaap. Af en toe mag het, lekker en niets meer.

Gedetailleerde beschrijvingen van het restaurant vond ik op internet. Hier staat alles in het lang en het breed, met foto’s erbij. Ik zou het niet beter kunnen.

Le Christine: >>>
The Ever Changing Plate: >>>
Guide Michelin: >>>
Tripadvisor: >>>

ps Wil je je avond bij Le Christine toch een extraatje geven: neem dan de dichtbundel Calligrammes van Apollinaire mee. In deze bundel verscheen een gedicht met de titel Lundi Rue Christine. Op een maandagavond was de dichter samen met een vriend in een café in rue Christine, een café dat zijn vriend onlangs ontdekt had. De waardin van het café was goed geschapen en misschien was dat wel een van de redenen van het succes van het café. Het gedicht is niet meer dan een weerslag van de flarden aan gesprekken die de dichter die avond opving. Hij schreef wat hij rondom zich hoorde neer op de hoek van een papieren tafellaken, en zie zo, het gedicht was geboren. Stylistisch noemde Apollinaire zo’n gedicht Conversatiegedicht. De originele versie geef ik hier weer, evenals een vertaling ervan naar het Engels. Een Nederlandse vertaling kon ik op internet niet vinden, maar is wel verkrijgbaar als onderdeel van het boek Dichterbij, 2009, De Bezige Bij.

Lees de rest van dit artikel »


Tafelen met advokaten en rechters

29/04/2016

Tafelen met advokaten en rechters… het artikel volgt. Maar eerst een kleine intro, honger is de beste saus.

Enkele weken geleden bezocht ik de Conciërgerie op het eiland Île de la Cité, vlakbij de Notre-Dame, een gebouw, dat door de eeuwen heen dienst gedaan heeft als vergaderzaal, gerechtsgebouw en gevangenis. Langs de straatkant valt het gebouw nauwelijks op, maar doe de deur open en daal de paar treden af die naar de ingang leiden en je valt bijna pardoes in een enorme zaal met een gewelfd plafond in authentiek gotische stijl. Voor wie van concrete cijfers houdt, de zaal meet 69 m x 27 m. Indrukwekkend. Hier verzamelden en aten vroeger de stadswachters, ook wel de Gens d’ Armes genoemd, de zaal dus van de wapendragers. Het woord Gendarmes is hiervan afgeleid, vertelde een gids. Hij hield van etymologie, zo bleek. Want even later kwamen we in een zaal die in de veertiende eeuw dienst had gedaan als gerechtszaal. De koning had hier recht gesproken. In die tijd waren er immers nog geen rechters en was het aan de koning om over zijn onderdanen te oordelen. Er was niet veel te zien in deze zaal, behalve een goed onderhouden parketvloer. “Als wij het vandaag hebben over het Parket (in juridische zin), dan is dat omdat destijds mensen die in aanraking met het gerecht kwamen, zeiden dat ze naar het parket moesten, verwijzend naar deze parketvloer,” legde de gids uit. Maar genoeg over de Conciërgerie, want waar dit artikel over gaat is het gebouw dat langs de Conciërgerie ligt, het huidige Palais de Justice van Parijs. Hier is het een voortdurend komen en gaan van rechters, advokaten en journalisten met zo rond lunchtijd het accent op gaan. Als je een van hen zou volgen, kom je ofwel terecht in de ondergrondse parking ofwel – met iets meer geluk – in een van hun geliefkoosde restaurants en bars in de buurt.

Taverne Henri IV

Voor een eenvoudige hap is er de Taverne Henri IV. Dit is een van de oudste bar-à-vin in Parijs. De grootste aantrekkingskracht van deze taverne zijn de boterhammen, de tartines, die je met verschillende soorten beleg kan bestellen. Je kan er ook terecht voor een uiensoep, slakken, een kaasschotel, charcutterie,… Advokaten vieren hier hun overwininningen van een kleine zaak. Deze taverne ligt op 13, Place du Pont-Neuf.

Caveau du Palais

De Caveau du Palais, verwijzend naar het Palais de Justice, is een degelijk Frans restaurant, mooi gelegen aan de intieme Place Dauphine. Interieur met zinken toog, skai-bankstellen tegen de muur, mooi gedekte tafels met wit gesteven linnengoed. Buiten een verwarmd terras. Een goede, degelijke Franse keuken. Klassiek. Er is één tafeltje aan een groot raam met zicht op de Place Dauphine. Bij reservering hiernaar vragen. Prijscategorie: rond de 50 euro pp. Het restaurant ligt op 17, Place Dauphine.

La Robe et le Palais

Een meer toepasselijke naam voor haar klienteel had deze bar-à-vin niet kunnen vinden: ‘robe’ verwijst zowel naar de toga als naar de kleur van de wijn, en ‘palais’ verwijst naar het justitiepaleis én naar het gehemelte. Het restaurant bruist. De baas is een vriendelijk ogende man, die zijn plaats achter de toog nooit verlaat omdat hij zich met toegewijde ijver over de wijnen ontfermt, terwijl hij de bediening van de klanten aan jonge meisjes overlaat. Wie er in de keuken achter het fornuis staat, weet ik niet, maar het zijn alleszins capabele koks, want het eten is er bijzonder lekker. Geen uitgebreide kaart, maar wel een die regelmatig verandert. Naast vlees ook aandacht voor vis en groenten. Enige nadeel is dat de pannen op het vuur zodanig pruttelen en koken, dat de dampen een uitweg zoeken naar de eetzaal. Een heel bijzondere wijnlijst, of beter gezegd, er is geen wijnlijst. De eigenaar beslist en regelt de wijnen, je moet je onderwerpen aan zijn keuze. Althans zo gebeurde met mij, toen ik het restaurant bezocht. Bio, groenten, bistrotstijl,… maar laat je niet misleiden. De prijs heeft niets alternatiefs. Je betaalt al snel een 60 euro pp. Het restaurant ligt op 13, rue des Lavandières Saint-Opportune.

Op Place Dauphine ligt er een winkel Gaubert die geheel gewijd is aan de betere bureau-artikelen voor de jurist. Lederen tassen, onderleggers, kalenders, visitekaartjes, papierwaren, enz.

 

 


Thais restaurant Silk & Spice: meer vorm dan inhoud

30/11/2011

Silk & Spice 
6 Rue Mandar, 75002 Paris, Frankrijk
Tel.:  0144.88.21.91
Metro: Etienne Marcel
Keuken: Thais
Prijs: 50 €
Beoordeling: 7/10

In mijn laatste artikel op deze blog had ik het over mijn Californisch nichtje Nora (zie haar bespreking van de Experimental Coctail Bar in Parijs).  Ik wil nog even op haar terugkomen. Op iets dat zich een tien jaar geleden afspeelde. Ze had van school een opdracht gekregen: alle kinderen uit de klas moesten een fictief persoontje, Silly Sally, opsturen naar een familielid of vriend, die ergens ver weg woonde. De vraag was of ik Silly Sally wilde ontvangen en met haar iets wilde doen, en hier dan over wilde berichten. Dat vond ik een leuk idee en ik maakte een kort verhaal over hoe Silly Sally bij mij na een lange vliegreis aankwam. Dat ik haar het huis liet zien en dat we een wandeling door de tuin maakten. We ontmoetten er de tuinman, die net kiwi’s aan het plukken was. We namen een mandje met kiwi’s mee naar binnen en maakten er die middag kiwi-jam van. Ik stuurde het verhaaltje samen met enkele tekeningen en de jam naar Nora. Later vertelde ze me dat de onderwijzer het boekje voorgelezen had in de klas en dat hij speciaal brood was gaan kopen, om de kinderen van de kiwi-jam te laten proeven. En wat vonden de kinderen van de kiwi-jam? Ze vonden het niet zo lekker!

Het verhaal komt mij terug in herinnering door de associatie van de namen Silly Sally en Silk & Spice. Maar ook omdat de vorm het in beide gevallen haalde boven de inhoud. Het verhaaltje was misschien wel aardig, maar de jam smaakte minder lekker dan de kinderen zich voorgesteld hadden. Met Silk & Spice is het een beetje hetzelfde. De naam is mooi gevonden. De website van dit Thaise restaurant is werkelijk heel goed gemaakt. De inrichting van het restaurant is strak en smaakvol. Op tafel grote witte orchideeën, servetten op oosterse manier gevouwen, de ceramieken borden decoratief. Maar dan begin je te eten. Het is zeker niet slecht, dat zou een verkeerd beeld geven van het restaurant. Wat op je bord ligt, ziet er allemaal heel verzorgd uit. Maar het is minder lekker dan je zou verwachten. Er wordt heel veel met sojasaus gewerkt en dat maakt de schotels te machtig, naar mijn smaak. De bediening is professioneel, maar afstandelijk. Hier gaan eten is zeker geen slechte ervaring. Het is een restaurant dat bijzonder goed georganiseerd is, met veel oog voor detail, maar met iets te veel nadruk op het decorum, ten koste van de maaltijd. Een ander klein minpuntje voor wie hier gevoelig voor is: het is er bijzonder donker, je kunt amper de kaart lezen en je ziet niet goed wat er op je bord ligt.


Restaurant La Villa Corse: een absolute aanrader

20/10/2011

La Villa Corse
141, avenue Malakoff, 75016 Paris
Tel : 01 40 67 18 44                         
Metro: Porte Maillot                                                   
Keuken: Franse keuken – Corsicaans
Prijs: 70 €
Beoordeling: 8,5/10

“Van welke druif is deze wijn gemaakt?” vraag ik aan de garçon, als hij me de fles wijn voorhoudt met het etiquette naar me toe.
“Van de Carcagiolu!” zegt hij zonder aarzelen. “Carcagiolu!” herhaalt hij voor de duidelijkheid.
Ik heb al van veel druivensoorten gehoord, maar van deze rare naam nog nooit. Even denk ik dat hij me in de maling neemt, om zijn afkeer te laten merken van al die afgezaagde gesprekken over wijn en druiven. Maar nee hoor, hij meent het.
“Een autochtone druif. Je vindt hem alleen op Corsica. Hij doet wat denken aan de Gamay, de druif van de Beaujolais. Heel fruitig,” geeft de garçon als uitleg.
Terwijl ik luister, proef ik van het glas waarin de man een bodempje heeft ingeschonken en inderdaad, het is een fruitige wijn, maar tegelijk ook krachtig. Een echte Corsicaanse versie van de fluweelzachte Beaujolais. 

Zo begon gisteren de maaltijd in het restaurant La Villa Corse, in het 16e arrondissement van Parijs. Het restaurant is van het type “brasserie”, maar dan met een vernieuwde, moderne uitstraling, de lounge-formule. Er is gewerkt met warme kleuren en alles straalt comfort uit. Er zijn drie zalen en ze zijn elk verschillend van stijl, maar toch alle drie even gezellig: vooraan links een soort bibliotheekzaal, achter een grote levendige eetzaal en boven een intiem balkon met zicht op de grote zaal eronder. Een grote zaak dus. Alles glimt en ziet er schoon uit. De klanten zijn hoofdzakelijk Fransen, sommigen komen er voor een tête-à-tête, anderen voor een zakendiner. De bediening is professioneel, attent en persoonlijk.

Op de kaart gerechten uit de Corsicaanse keuken – hoewel ik hier eerlijkheidshalve aan moet toevoegen dat ik dat niet kan verifiëren, want ik ben nog nooit in Corsica geweest. Maar, wat er ook van zij, het is allemaal vers en heel lekker. Het heeft niets te maken met de traditionele brasseriekeuken. De prijs is wat hoger dan wat ik normaal zou betalen voor een restaurant, rekenen op ca. 70 Euro de man. Kortom: La Villa Corse scoort op alle vlakken en is een absolute aanrader.  

Voor de fans van Françoise Hardy is er een extra reden om naar La Villa Corse te gaan: het is haar lievelingsrestaurant en ze komt er heel regelmatig samen met haar man Jacques Dutronc, want ze wonen er om de hoek.


Ristorante Costa d’Amalfi: de zonnige ontvangst en de Limoncello maken veel goed

13/10/2011

Ristorante Costa d’Amalfi
65 Rue Université, 75007 Paris, Frankrijk
Tel. 00-33.145.56.03.71
Metro: Solférino
Keuken: Italiaanse trattoria
Prijs:  45 € (menu lunch 20 €)
Beoordeling: 6,5 /10

 
 

Afgelopen week verbleef ik enkele dagen met collega’s van Rudi en hun partners aan de pittoreske Amalfitaanse kust, in het dorpje Ravello. De specialiteit van deze Italiaanse kuststreek is Limoncello, een digestief op basis van citroen. Iedereen was er gek op. Toen de vrouw van de baas van Rudi hoorde dat ik het recept ervan ergens thuis had liggen, nam ze me apart en zei dat ik haar dat recept absoluut moest geven, anders zou zij haar man moeten vragen maatregelen te nemen tegen de mijne. Om maar aan te geven hoe lekker ze het vond.

Zondagochtend vroeg in de morgen vlogen Rudi en ik terug naar Parijs en omdat we geen speciale plannen hadden, besloten we ’s middags een wandeling te maken door de straatjes bij Saint-Germain-des-Prés. Tot onze verbazing passeerden we een klein restaurant met de naam Ristorante Costa d’Amalfi. Een knappe man van rond de veertig stond in de deuropening te sjouwen met een wijndoos. Hij deed het langzaam, niet systematisch, niet overdacht. Hij zette de doos schuin neer en maakte hem onhandig open. Eén voor één haalde hij er de flessen uit om ze boven op een schap te zetten en tegelijkertijd was hij een half gesprek aan het voeren met iemand die achter in de keuken bezig was. Het had alles van een landerige zondagmiddag in het Zuiden. Het straalde niet veel dynamisme uit, maar Amalfi klonk ons nog als muziek in de oren en we reserveerden meteen een tafel voor woensdagavond.

Gisterenavond was het zover. Bij het binnenkomen – het restaurant was nog leeg op één tafel na – werden we vriendelijk onthaald door dezelfde man, die we zondag gezien hadden. We kregen een tafeltje aan de linkerkant, tegen een muur die uit één lange spiegel bestaat. De tafels zijn simpel gedekt, met bruine papieren onderleggers. De menukaart is opgesteld zonder veel fantasie en heeft niets met de Amalfitaanse keuken te maken. Het zijn de klassieke Italiaanse gerechten, die men in Parijs steevast op de menukaart zet, zoals Milanese koteletten, Parmaham, Saltimbocca alla Romana. Van op mijn plaats keek ik recht in de minuscuul kleine keuken waarvan de deur openstond en ik zag twee man aan het werk, de kok en een afwasser. Ze draaiden op routine.

Als voorgerecht namen we een antipasto van gegrilde groenten. We kregen elk een vol bord voorgeschoteld, waarop enkele gegrilde groenten, die heel kort in de microgolf hadden gelegen, en daarnaast een berg verflenste rauwe groenten waarop een in vieren gesneden tomaat lag, die bijna uit de toon viel door zijn verse, helrode kleur. Daarna kwam een Saltimbocca alla Romana, waarvan de ham veel te hard gebakken was. Rudi had een biefstuk met groene peper gekozen, die echter nog zo rauw was, dat hij moest vragen om hem nog even in de pan terug te leggen. Een nagerecht? Niet meer genomen.

Ondertussen was het restaurant volgelopen en het viel op dat de eigenaar iedereen met veel hartelijkheid ontving. Verschillende klanten waren habitués, waar hij een vriendschappelijk praatje mee maakte, terwijl hij hen naar hun tafel leidde. Op onze vraag aan het einde van onze maaltijd of hij van Amalfi was, kregen we te horen dat hij er wel geboren was, maar eigenlijk altijd in Napels had gewoond. De man sprak Italiaans met een Frans accent, wat me deed vermoeden dat hij toch al op vroege leeftijd naar Parijs was gekomen. Al pratend haalde hij een fles Limoncello boven en twee ijsgekoelde glaasjes, die hij gul inschonk. “Van het huis,” voegde hij eraan toe. Het klinkt misschien gek, maar dit ene gebaar maakte veel goed.

In Ristorante Costa d’Amalfi vind je de nonchalante hartelijkheid uit het Zuiden. Het eten kan beter – veel beter -, maar voor de sfeer zou je er teruggaan.  Op internet las ik dat het restaurant ook in de smaak valt bij  Ben Verwaayen, de Nederlandse topman van Alcatel-Lucent die sinds twee jaar in Parijs woont.

Het recept van de Limoncello heb ik ondertussen doorgegeven aan de vrouw van de baas, die er zo uitdrukkelijk om gevraagd had. En omdat ik het nu toch bij de hand heb, kan ik het hier net zo goed opgeven ook.

LIMONCELLO

INGREDIENTEN

1 liter pure alcohol, voor likeur
1 liter water
500 gr. witte suiker
10 citroenen, geurende, maar onbespoten (van gemiddelde grootte)

VOORBEREIDING

1) Was de citroenen en droog ze af. Pel de schil (zonder het wit) en snijdt die in kleine stukjes. Leg de schillen te week in de alcohol voor ongeveer 10 dagen, in een bokaal met grote opening en hermetisch afgesloten. Zet de bokaal weg op een frisse donkere plaats, weg van zonlicht. Schudt de bokaal dagelijks.

2) Wanneer de 10 dagen om zijn, een siroop maken van 1 liter lauw water en de suiker. Laat de siroop volledig afkoelen.

3) Haal de schillen uit de alcohol. Filter én de alcohol én de siroop. Meng beide vloeistoffen en giet ze in de flessen. Opletten: de flessen goed afsluiten.

4) 1 maand wachten en de Limoncello is klaar voor consumptie.