Le perchoir: met het hoofd in de wolken, met de voeten op de grond

19/11/2017

IMG_1852Vlakbij de bruisende uitgaansbuurt Oberkampf in het 11e arrondissement vind je één van de mooiste dakterrassen van Parijs: Le Perchoir. Vanop deze rooftopbar heb je een magnifiek uitzicht over de stad, met in de verte de Sacre Coeur. De ingang van de bar is even zoeken, want aan de straatkant is geen uithangbord of teken dat je op dit kleine juweeltje attent maakt. Het enige wat je ziet is een weinig opzienbarend industrieel gebouw. Het hoort bij het concept, zeg maar. Een bar voor ingewijden, vergelijk het met de bars in Chicago tijdens de drooglegging in de twintiger jaren van de vorige eeuw: het verbod, het verborgene verhoogt de aantrekkelijkheid. Een onderground-sfeertje, maar dan hoog, boven op de zevende verdieping. De naam van de bar is Le Perchoir, de legstok, de boomtak of gevel waar vogels tussen twee vluchten door even op uitrusten. Het duidt natuurlijk op het vogelperspectief dat je vanaf hier hebt. Maar ‘Être Perché’ is ook een cultwoord in Parijs en betekent ‘met je hoofd in de wolken’ of ‘high’ zijn, een euforische ervaring hebben.

Je zit dus hoog in de verschillende betekenissen van het woord, maar in de bar houdt men de voeten stevig op de grond: je waant je op vakantie, ergens in een exotische beach bar, met een houten vloer en lage houten banken, met weelderige planten om gezellige hoekjes te maken en gekleurde kussens. In de winter zorgen blazers en fleeces voor de nodige warmte. Je kan er zowel terecht voor een biertje als een coctail en er worden kleine gerechtjes geserveerd. Een aanrader, lijkt me. Maar eigenlijk wilde ik het hier niet hebben over de bar. Vanuit de bar leidt een ijzeren buitentrap je naar één verdieping lager en daar ligt het restaurant van Le Perchoir. Het is hier dat ik afgelopen woensdagavond naartoe ben geweest en waar ik een leuke avond heb doorgebracht.

IMG_1848

De inrichting van de bar is doorgetrokken tot in het restaurant. Hier geen uitzicht, maar wel dezelfde mengeling van hout, tapijten, kussens en recuperatiemeubels. De bobo-stijl, noemt men het, nonchalant chic. Ook de bediening is jong en vlot. De menukaart is minder gedurfd en beperkt zich tot de klassieke recette uit de Franse keuken. De gerechten zijn goed klaargemaakt, vakkundig, maar de kok, Benoît Dumas, gevormd aan de kokschool Ferrandi en stagegelopen bij onder meer Sanderens, geeft er geen eigen persoonlijke toets aan. Een bezoek aan de keuken van Le Perchoir is dan misschien geen omweg waard, maar de bar is een absolute aanrader.

Le Perchoir
14 rue Crespin du Gast
75011 Paris
+33 1 48 06 18 48
leperchoir.tv
Keuken: Franse keuken, menu ca. 45 euro
Beoordeling: mooie locatie, ga voor de bar op de 7e verdieping 

 

Advertenties

Meet Maurizio Cattelan

10/12/2016

De duivel verveelde zich. Hij dwaalde door de straten en overal zag hij gelukkige gezichten. Meisjes met gezonde blozende wangen en jongens die fluitend naar school of werk fietsten. Niets dat zijn interesse kon wekken, tot zijn oog op een jongeman viel die zich onderscheidde van de anderen omwille van een enorme grijns op zijn gezicht. Een grijnslach, een oprechte grijnslach zoals je die de laatste tijd nog maar zelden ziet. De duivel besloot de man te volgen en tot zijn voldoening bleek de jongen bij een mortuarium naar binnen te gaan. Met zijn hoofd tegen het raam gedrukt zag hij hoe de jongeman met de grijnslach een kast opende en er een zwarte ceremoniejas, zwarte lakschoenen, witte handschoenen en een hoge zwarte hoed uithaalde. Hij had zich niet vergist. Hier was de man die hij hebben moest. Een lijkendrager. De duivel wreef zich in zijn handen. Het werd tijd om tot actie over te gaan. Onzichtbaar ging hij naar binnen, wachtte tot de jongeman zich had aangekleed en voor de spiegel stond om zijn hoed op te zetten, en fluisterde hem dan in zijn oor:
“Is dit nu een baantje voor jou? Voor een aalmoes je tijd hier met de doden verdoen als buiten het leven op je wacht?”
De jongeman zuchtte, de hoed nog in de hand.
“Dat leuke meisje gisteren, herinner je hoe ze naar je keek? Ze is vrij vandaag. Maar morgen?”
De hand met de hoed zakte verder naar beneden.
“Waar is je vechtlust gebleven?”
De hoed op de grond.
“Wat is er geworden van je idealen? Waar is de rebel in jou? Nu heb je je grijnslach nog, maar nog even en ook die zal je vergaan.”
Een stamp tegen de hoed.
“Dat nooit!” riep de jongeman uit.
Op dat moment schoot de duivel tevoorschijn, in zijn natuurlijke gedaante. De boosheid op het gezicht van de jongeman sloeg meteen om in de ons nu welbekende grijnslach en dit keer was de grijnslach nog breder dan anders.
“Wat kan ik voor u doen? Een sterfgeval in de familie?”
“Nee, ik kom met een voorstel om je uit je ellendige bestaan te helpen.”
“U komt als geroepen. Ik luister.”
“Kun je tekenen?” vroeg de duivel.
“Nee.”
“Kun je schilderen?”
“Nee.”
“Heb je een ooit een kunstopleiding gevolgd?”
“Nee.”
“Fantastisch! Dan geef ik je het talent om een groot artiest worden. Beter dan welke ook, want je bent niet gehinderd door enige voorkennis.”
“Het idee staat me aan. Maar kunstenaars hebben doorgaans moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Hoe kom ik aan geld?”
“Maak je daar geen zorgen over. Je zal rijk worden. Ik zal je overladen met geld. Dat beloof ik je, je kunstwerken zullen de hoogste prijzen behalen ooit op een veiling voor hedendaagse kunst genoteerd.”
“Ik ben geheel de uwe. Wat vraagt u in ruil?”
“Niets. Helemaal niets. Alleen dat je je grijnslach behoudt en af en toe de wereld haar bekrompenheid, verwaandheid toont. Een spiegel voorhoudt. Je zal de nar van de beau-monde worden en men zal van je houden.”
En zo geschiedde. Een nieuw artiest deed zijn intrede op de art-scène. Zijn werken zijn controversieel, shockeren, irriteren en af en toe ontlokken ze een glimlach. Zijn naam is Maurizio Cattelan.

Vandaag zijn de werken van Maurizio Cattelan (geboren 1960, Padova, Italië) te zien in het 18e eeuwse gebouw van de Monnaie in Parijs. De hedendaagse kunstwerken zijn vakkundig opgesteld en contrasteren bijzonder goed met de klassieke sfeer van dit pand. Er zijn niet veel werken opgesteld, maar hierdoor krijgt elk werk de aandacht die het verdient. Het voelt aan als een kennismaking met het vreemdste ras op aarde, de mens. Close encounters with mankind.

Expositie “Not afraid of love” van Maurizio Cattelan,
Monnaie de Paris, loopt nog tot 8 januari 2017.

Ter info: Het restaurant van 3-sterrenchef Guy Savoy ligt op de 1e verdieping van hetzelfde gebouw.

img_0258

img_0261

img_0263

img_0268

img_0269

img_0275

img_0272

img_0279

Bronnen (een greep uit de vele bronnen)
Wikipedia 
Museumkijker
Mixedgrill
De Republiek der Letteren

Restaurant Les Bouquinistes: Le Menu-Mental

08/12/2016

Bij een recensie over een restaurant, wil je lezen hoe je er eet en of het er lekker is. Maar vandaag nemen we de tijd en gaan we eerst een kijkje nemen in het interieur. Want eten bij Les Bouquinistes is behalve een streling van de tong – nu verraad ik het toch al! – ook een uitnodiging om kennis te maken met hedendaagse kunst.

In 2013 nam 3-sterrenchef Guy Savoy het restaurant Les Bouquinistes over, richtte het volledig opnieuw in en catalogeerde het onder de noemer “Bistronomie”, de bistrot-variante van een gastronomisch restaurant van een topchef. Aanvankelijk had het een groot succes en wist Savoy snel een belangrijk internationaal cliënteel op te bouwen. Maar na de aanslagen in Frankrijk viel het toerisme terug en het publiek bleef uit. Tijd voor Savoy om het concept te herbekijken en er een nieuw elan aan te geven. In het voorjaar 2016 nam Savoy contact op met kunstenaar Fabrice Hyber, met wie hij even ervoor al samengewerkt had voor de inrichting van zijn nieuwe restaurant in de Monnaie, en samen onderzochten ze hoe Hyber de muren van het restaurant zou kunnen verfraaien met een groot kunstwerk.

Unknown.jpg

Man van Bessines, 1991, Fabrice Hyber

Een kleine toelichting bij Fabrice Hyber. Hij is geboren in 1963 in Luçon, en verwierf internationale bekendheid met zijn werk “Man van Bessines”, een beeld-fontein, die hij ontworpen had in het kader van een publieke opdracht voor de gemeente Bessines in 1991. Het is een groene man die uit verschillende gaten van zijn lichaam water spuit. Vandaag zijn kopies van deze groene man over heel de wereld te vinden: van Lissabon tot London, van Tokyo tot Shanghai. Wie Hyber zegt, noemt in een adem de “Man van Bessines”.

Hier volgt de brainstorming, die Guy Savoy en Fabrice Hyber zo ongeveer gehad moeten hebben over het te maken kunstwerk.

Hyber: Waar beginnen we?
Savoy: Bij de naam van het restaurant.
Hyber: Die is?
Savoy: Les Bouquinistes.
Hyber: Waarom?
Savoy: Het restaurant ligt tegenover de boekenstalletjes langs de Seine.
Hyber: Boekenstalletjes…
Savoy: Boeken.
Hyber: Woorden.
Savoy: Letters.
Hyber: Nee, ik zal met woorden werken. Niet met boeken, niet met letters, met woorden. Overal woorden.
Savoy: Zoals graffiti?
Hyber: Ja, graffiti is in.
Savoy: Graffiti. Zomaar graffiti?
Hyber: Ik zal termen uit de gastronomie gebruiken.
Savoy: Termen uit de bistronomie.
Hyber: Nee, gastronomie. Het maakt niet uit.
Savoy: Goed. Woorden die met gastronomie te maken hebben.
Hyber: Ingrediënten die je gebruikt.
Savoy: Toch niet mijn recepten!
Hyber: Ingrediënten én de sensaties die jouw keuken oproept.
Savoy: Ja, sensaties. Dat staat me aan.
Hyber: Emoties zijn heel belangrijk in een kunstwerk.
Savoy: Ja, maar geen ode aan mijn keuken. Dat zou misplaatst zijn in mijn eigen restaurant.
Hyber: Geen lofrede. Het moet persoonlijker.
Savoy: Intiemer.
Hyber: Het moet lijken op jouw persoonlijk aantekeningenboekje.
Savoy: Een inkijk in mijn intieme krabbels.
Hyber: Zoals de notities van een haute-couturier.
Savoy: Met woorden én schetsen?
Hyber: Met pijlen. Lijnen. Hoofdletters, kleine letters.
Savoy: Ga verder.
Hyber: Met kleuren.
Savoy: Het blauw van de Seine.
Hyber: De goudkleur van Parijs.
Savoy: De kleuren van de gerechten.
Hyber: Dat zal de inspiratie van het moment zijn.
Savoy: De vrijheid van de artiest.
Hyber: Het is tenslotte een kunstwerk.
Savoy: Niet een kunstwerk. Een kunstwerk van jou!
Hyber: Een Hyber! Dat is waar.
Savoy: Jouw bekendheid is een belangrijke factor.
Hyber: Ik zal een duidelijke stempel moeten zetten.
Savoy: Je naam in het groot tussen alle teksten door.
Hyber: Niet mijn naam.
Savoy: Ah nee?
Hyber: De Man van Bessines!
Savoy: Je Man van Bessines. Geniaal.
Hyber: Die mag niet ontbreken.
Savoy: Daar herkent men je aan.
Hyber: Ik zal jou als Man van Bessines tekenen.
Savoy: Een portret van mij op de muur.
Hyber: Jouw maten, jouw profiel in mijn Man van Bessines.
Savoy: Een perfecte samenwerking.
Hyber: Hyberiser noem ik dat.
Savoy: Hyberiser?
Hyber: Ik noem dat Hyberiser. Verbinden.
Savoy: Een mooie vondst. Daar moet ik ook eens…
Hyber: We zijn nog niet klaar: de taal. Frans?
Savoy: Het cliënteel is internationaal.
Hyber: Franse én Engelse woorden dan.
Savoy: Japanners en Chinezen zijn ook belangrijk.
Hyber: Wat oosterse tekens hier en daar, is mooi ook.
Savoy: Ik zie het voor me.
Hyber: Echte kunst kent geen grenzen.
Savoy: Ik denk dat we er zijn.
Hyber: Nee, nog niet. We zijn het belangrijkste vergeten.
Savoy: Ah bon?
Hyber: Het kunstwerk moet een naam hebben.
Savoy: We houden het simpel: Le Menu
Hyber: Le Menu-Pensée.
Savoy: Le Menu-Script.
Hyber: Doet denken aan manuscript.
Savoy: Een verwijzing naar de Bouquinistes.
Hyber: Een verwijzing naar literatuur is goed, maar …
Savoy: Je aarzelt.
Hyber: Le Menu-Script is te statisch.
Savoy: Te statisch.
Hyber: Menu-Mental.
Savoy: Menu hoe?
Hyber: Menu-Mental. De visuele uitbeelding van het creatieve denkproces van een chefkok.
Savoy: Geniaal.
Hyber: Het lijkt op “Monumental”.
Savoy: En?
Hyber: Een restaurant “Bistronome” is de kleine variante van een grote tafel, bijna Monumental!
Savoy: Hyber, tu es un vrai artiste!
Hyber: Het kunstwerk moet nog gemaakt worden.
Savoy: Dat zijn details. Nu eerst aan tafel!

Naamloos1.png

Guy Savoy voor zijn Menu-Mental in Restaurant Les Bouquinistes

L-B-11-1024x681.jpg

Detail van Menu-Mental in Restaurant Les Bouquinistes

 

Ja, nu aan tafel! Je kan dus eten in Les Bouquinistes en – zoals in het begin gezegd – het is er erg lekker. De keuken is verfijnd, een lichte versie van de Franse keuken met aandacht voor oude vergeten groenten en kruiden. Een aanrader!

Les Bouquinistes
53 Quai des Grands Augustins, 75006 Paris
Tel: 01 43 25 45 94
Prijs: ca. 80 euro pp.

 


Restaurant Monjul: need I say more?

02/12/2016

Naamloos kopie.png

Het restaurant Monjul, gelegen in de Marais, is een echte aanrader. Ik maakte op basis van een hele reeks recensies op internet (1) een wolk van woorden en het resultaat is precies zoals ik het gisteren zelf ervaarde. Need I say more?

Monjul
28, rue ( clos ) des blancs manteaux
75004 Paris
Tel. 01 42 74 40
Email: contact@monjul.com
Reserveren aanbevolen


(1) Een greep uit de recensies over Monjul
Time Out: >>>
Paris Update: >>>
Délices d’Hélène: >>>
Gault Millau: >>>
De woordwolk werd aangemaakt met woordwolk.nl

René Magritte: verhullende beelden

29/11/2016

show_action_1._Visuel_Magritte.jpg

Ik heb enkele jaren aan het Lago Maggiore in Italië gewoond. Mijn huis lag direct aan het meer. Op een dag was mijn zus op bezoek met haar man en twee dochtertjes van zeven en negen. We zaten gezellig buiten te eten toen we ineens merkten dat een grote moederzwaan met haar kleintjes onze tuin was binnengekomen en afstevende op de rijkelijk gedekte tafel waar we aanzaten. We schrokken en zochten naar een manier om de zwanenfamilie te verjagen. Eerst probeerden we ze te verleiden door kleine stukjes brood naar ze te gooien om ze zo terug richting het meer te lokken. Maar de zwanen stortten zich zo driftig op de hompjes brood dat we ons rennend terug in veiligheid moesten brengen. Toen nam mijn schoonbroer de zaak in handen: driftig voor zich uit zwaaiend met een opengevouwen weliswaar kapotte paraplu sloop hij achter de zwanen aan om ze te verjagen. Het plan lukte. De twee jonge meisjes hadden het hele schouwspel met angst en spanning gevolgd, nu eens kreten slaande van angst dan van het lachen. Meteen na dit voorval wilden de meisjes de heldhaftige daad van hun vader vastleggen. De jongste greep naar haar stiften en maakte een grote tekening. De oudste nam potlood en papier en schreef in een adem alles neer. Het was frappant, want het zijn precies de twee manieren waarop de werkelijkheid weergegeven kan worden: met woord of beeld. Twee versies van dezelfde waarheid.

Schilder Magritte doet precies hetzelfde. Zijn doeken bevatten vaak beelden én woorden, alleen passen de twee niet bij elkaar. Soms spreken ze elkaar tegen, soms is de tekst juist en dan lijkt hij overbodig. Magritte brengt de kijker voortdurend in verwarring. Hij schildert een pijp. Wij zien een pijp. Maar onder de pijp schrijft hij dat het geen pijp is. Wat is het dan? “Aha”, denkt de kijker. Het is geen pijp omdat het geen echte pijp is. Maar dat is niet alles wat Magritte wil zeggen. Is het wel een pijp? Magritte verwart de kijker, met de bedoeling hem te leren niets voor automatisch aan te nemen. Hij schildert de zon bij donkere nacht en noemt het schilderij ‘Het rijk der lichten’. Hij schildert een giraf die aan het baden is in een glas. Het doek krijgt de naam: Un bain de crystal. Waar is de giraf, die de hoofdfiguur is in het schilderij? Eigenlijk doet Magritte maar wat, lijkt het, gewoon om de kijker een beetje aan het nadenken te zetten.

De voorwerpen op de doeken van Magritte doen vaak denken aan de tekeningen van de letterplank die vroeger gebruikt werd om jonge kindertjes te leren lezen en schrijven. Je kan je gewoon niet vergissen, in wat je ziet. Zo duidelijk is het beeld. En toch, het lijkt alsof de duivel met het bord heeft gespeeld en de woorden van plaats heeft verwisseld. Woord en beeld komen niet meer overeen. Niets is wat het lijkt. Magritte leert ons dat woord en beeld maar een eerste poging zijn om de werkelijkheid te doorgronden. De magie van het leven overstijgt woorden en beelden. Wij, de mens, zoeken voortdurend naar de zin van het leven, maar achter elke zekerheid die we vinden, verbergt zich een nieuwe onzekerheid, die dan weer ontrafeld moet worden. In bijna elk schilderij vinden we dit ‘zoek en vind’ thema terug, bijvoorbeeld bij de half opengeschoven gordijnen, half opengesneden lichamen. Misschien moeten we de rede, de logica, weglaten om het mysterie van het leven te ontrafelen. Alles op losse poten zetten, de wereld op zijn kop zetten. Of de wereld bekijken door de ogen van een kind, dat zich geen vragen stelt, maar alles accepteert zoals het is. Margritte geeft soms een hint, maar zeker niet de oplossing. Die moet iedereen er voor zichzelf uithalen. Of niet. De schilderijen verhullen: ze maken je nieuwsgierig, maar verraden tegelijkertijd weinig.

IMG_0234.PNG.jpg

Je zou kunnen argumenteren dat de wereld naast in woord en beeld ook beschreven kan worden aan de hand van wiskunde. Magritte heeft dit zeker ook beseft, want op één van zijn schilderijen vinden we oude op elkaar gestapelde stenen, als van een ruïne, een oude samenleving, met getallen op de stenen gebeiteld. Wat de getallen betekenen weet ik niet en ik ga me er ook niet in verdiepen, maar mijn geboortedatum stond erbij. Dat vond ik wel aardig. Misschien, denk ik, was mijn geboorte gewoon de enige reden voor mijn bestaan en moet ik het niet verder zoeken en met die vredige gedachte sluit ik de tentoonstelling af.

De tentoonstelling Magritte, La trahison des images, is te zien in het Centre Pompidou en kan nog bezocht worden tot 23 januari 2017.

 


Liza: Libanese Delights

20/11/2016

De Libanese keuken is goed vertegenwoordigd in Parijs. Waarom? Van 1922 tot 1943 was Libanon een Frans protectoraat, de Libanezen leren nog steeds Frans op school, ze dromen ervan hun kinderen naar een school in Frankrijk te kunnen sturen en houden ervan hun vakanties in Frankrijk door te brengen. Een belangrijke groep rijke Libanezen is het land ontvlucht na de vele periodes van onrust de afgelopen decennia en hebben zich in Parijs gevestigd. Ze vormen een hechte gemeenschap en ontmoeten elkaar graag in een van de vele Libanese restaurants in de stad.

De meeste van deze restaurants zijn klassiek en brengen de Libanese keuken zoals je het zou verwachten. Op de menukaart vind je steevast mezze, hummus, linzen, bulgur, kippenvleugeltjes, schapenpasteitjes, gegrilde aubergines, rode bietjes, bakhlava… Ook bij Liza worden deze gerechten geserveerd. Maar in een afgeslankte stijl die tegemoet komt aan de wensen van het publiek vandaag dat de voorkeur geeft aan authentieke en smaakvolle, maar tegelijk gezonde en lichte voeding. De recepten uit de klassieke Libanese keuken blijven behouden, maar bij de uitvoering wordt spaarzaam omgesprongen met vetstoffen en suikers. De balans wordt gezocht in de juiste dosering van vlees, vis, groenten, fruit, peulvruchten en kruiden. Niet pikant, wel rijk aan smaken. Hetzelfde concept vinden we terug bij het interieur: oosters geïnspireerd, minimalistisch geïnterpreteerd. Zachte tinten beige en goudkleurig koper, diffuus licht. Verschillende zaaltjes die in elkaar overlopen, tafeltjes van verschillende maten met ertussen behoorlijke ruimtes, zeker voor Parijse begrippen. Het publiek is wat de Fransen “branché”noemen, de artistieke bohémienstijl. Levendig, bruisend.

Het concept van Liza, begonnen in 2005, blijkt een succesformule te zijn geworden. Ondertussen heeft Liza de deur ernaast een Libanese sandwichbar geopend, een service levering-aan-huis opgericht én een zusterrestaurant in Beiroet. Maar dit bederft de sfeer geenszins. Het restaurant behoudt haar authenticiteit. Een absolute aanrader.

Voor mooie foto’s:
Liza | Lucky Miam.webloc

 

Info:
Restaurant Liza
14, rue de la Banque, 75002 Paris
Tel. +33 1 55 35 00 66
ca. 60 euro pp.

 

 

 

 

 

 

 


Op bezoek bij Henri Fantin-Latour

26/10/2016

IMG_1817.JPGWanneer ik een artikel schrijf over een tentoonstelling in Parijs, bezoek ik eerst die tentoonstelling, lees daarna wat informatie over de artiest in boeken of op internet, en dan, als een polaroid waarop de foto langzaam zichtbaar wordt, krijg ik het basisidee voor de tekst. Maar Henri Fantin-Latour laat zich niet zo gemakkelijk vangen. Al enkele dagen vraag ik me af wat ik over deze schilder moet schrijven. Ik heb zijn tentoonstelling in het Musée du Luxembourg gezien. Heb de audiofoon beluisterd. Heb het gebakje gegeten dat in de bar van het museum wordt geserveerd ter ere van zijn vrouw Victoria (overheerlijk!). Maar Fantin – de naam waarmee hij zijn schilderijen ondertekende – zwijgt. Zwijgen, dat is ook waar hij bekend om stond. Op school noemde een leraar hem “de trekvogel”, omdat hij bijna nooit daar was. Als je bij hem aanbelde, was er veel kans dat hij niet opendeed. Het liefst was hij thuis, met zijn pantoffels aan, aan het werk. “Un pantouflard”, zeiden zijn vrienden. Die afwezigheid intrigeerde me. Dus las ik op internet zijn biografie en las nog meer over hem. Maar Fantin bleef zwijgen. Ten einde raad besloot ik zo dicht mogelijk bij hem te komen als maar kon: ik bezocht zijn graf op het kerkhof van Montmartre.

Zijn graftombe was netjes schoongemaakt. Maar niet omdat iemand met liefde de graftombe schoonhield. Men was met spic en span te werk gegaan, omdat het zo moest. Het graf was schoon, niet door de tijd aangetast, geen zwarte vlekken die het voorbijgaan van de tijd markeerden. Nee, een net graf, maar zonder enig aandenken. Geen krans, geen bloemen. Alleen een schoongeschrobd graf. Heel burgerlijk. Netjes, zonder emotie. Ik ben aan de rand van het graf gaan zitten, in een laatste poging om Fantin te leren kennen. Maar opieuw gaf hij niet thuis. Wie wel opendeed, was zijn vrouw, Victoria Dubourg. Een schilderes, met een voorkeur voor bloemenstillevens, net zoals Fantin zelf. Ze tilde de grafsteen op en nodigde me uit om binnen te komen. Nieuwsgierig daalde ik de treden af naar de donkere kamer. Een kamer zonder ramen, maar heel gezellig. Overal schilderijen tegen de muur, in het midden een grote houten tafel met een simpel katoenen tafellaken. Een schildersezel in de hoek met zowaar Fantin, met penseel in de hand. Hij droeg zijn flanellen donkergrijze broek en een grijze vilten jas, strak dichtgeknoopt, precies zoals hij zijn hele leven lang al gedaan had. Het duurde een fractie van een seconde, maar toen kwam hij naar me toe en met een vriendelijk gebaar nodigde hij mij uit plaats te nemen aan tafel. Hij ging zelf ook zitten en even later verscheen Victoria met drie koppen dampende thee. Het werd een heel gezellige namiddag. We hebben volop gepraat en het was duidelijk dat Victoria en Henri veel genegenheid voor elkaar voelden. Hier is hun unieke verhaal.

Victoria nam als eerste het woord.

Precies honderdveertig jaar geleden zijn we getrouwd, op 15 november 1876. We kenden elkaar toen wel al bijna tien jaar. Maar we hadden geen haast. Geen van beiden. We hebben elkaar voor het eerst ontmoet in het Louvre, dat was in 1868. We waren er allebei aan het werk. Net zoals veel andere jonge schilders kopieerden we bij wijze van oefening of om wat bij te verdienen de schilderijen van de grote meesters. Henri was heel toepasselijk bezig met het kopieren van De bruiloft van Kanaan van Veronese en ik legde net de laatste hand aan een stilleven van Chardin. Op een gegeven moment kwam Berthe Morisot mij halen. Berthe was schilderes en zou later met de broer van de bekende impressionist Edouard Manet trouwen. Ook zij was vaak in het Louvre om te schilderen. Ze had al meer dan eens geprobeerd de aandacht van Henri te trekken, maar die was hier – ondanks het feit dat Berthe er altijd heel aantrekkelijk uitzag – nooit op ingegaan. Die bewuste dag zal ik nooit meer vergeten. Berthe kwam me dus halen en nam me mee naar de zaal waar Henri aan het schilderen was. Ze stelde ons aan elkaar voor, maar Henri had amper oog voor mij. Hij zat aan zijn schildersezel, zwijgzaam, zich concentrerend op zijn werk. Hij had een bijzondere manier van schilderen. Hij bracht eerst de kleur aan op het doek en vervolgens werkte hij met een schrapertje of de achterkant van zijn penseel om de verf de juiste textuur te geven. Ik had dat tot dan toe nog niemand zien doen. Hij concentreerde zich dus niet zozeer op de tekening, als wel op de kleuren en het reliëf. Terwijl ik hem zo bezig zag, zei ik hem: “Je kopie is prachtig. De kleuren nog beter dan het origineel.” Hij bedankte me voor het compliment en gaf toe dat hij plezier had in het kopiëren van schilderijen, maar stelde tegelijkertijd bitter vast dat echte kunstenaars hun gevoelens op doek neerzetten, niet enkel een palet kleuren.
“Wil je dat nog eens herhalen?” vroeg ik verbaasd. “Het lijkt wel of Chardin hier in levende lijve voor me staat. Die zei precies hetzelfde. Chardin is mijn lievelingsschilder. Kijk. Dit is wat ik vandaag van hem gemaakt heb,” zei ik en ik toonde hem mijn stilleven. Een schotel rijkelijk gevuld met rode aardbeitjes, een glas water en twee witte rozen.”
“Mooi,” reageerde hij, zonder er verder naar te kijken.
“Zo is hij nu altijd,” mengde Berthe zich in het gesprek. “Altijd beleefd, maar daar blijft het bij. Hij houdt niet zo van vrouwen, denk ik, en al zeker niet als ze schilderen.” Lachend liet ze ons alleen achter.
Ik was op dat moment achtentwintig en ook ik voelde me niet bepaald aangetrokken door het andere geslacht. Dat Henri niet achter de vrouwen aanzat, was mij wel zo aangenaam. Een man, waar ik gewoon mee kon praten, zonder het risico te lopen dat hij andere dingen zou willen. Ik ontspande me en om het gesprek weer op gang te brengen, vroeg ik met welke projecten hij bezig was. Hij antwoordde niet en het was me niet duidelijk of hij me niet gehoord had of gewoon geen zin meer had in een gesprek. Ik besloot weg te gaan en net op dat moment hield hij me tegen.
“Hoorde ik je zojuist met een Duits accent praten?”
“Ja, is het zo duidelijk?” zei ik verrast. “Ik heb jaren in Duitsland gewoond. Een goed jaar geleden ben ik met mijn hele familie teruggekomen. Mijn vader was leraar Frans in Frankfurt en ik ben daar opgegroeid. We zijn terug naar Parijs gegaan, omdat… nou ja, om al die politieke problemen. Als Fransman op Duits grondgebied is het niet meer veilig.”
“Frankfurt? Daar komt mijn beste vriend vandaan. Scholderer. Ook schilder. Een heel goede. Zit nu in London.”
We praatten nog verder. Over Frankrijk, over het Duitse politieke landschap, over de eindeloze ruzies tussen al deze gebieden, die nergens toe dienden. Over Duitse filosofen, over Goethe en vooral over Wagner, die ons beider lievelingscomponist bleek te zijn. Waar we ook over praatten, iedere keer merkten we dat onze interesses elkaar kruisten. Zelfs op het vlak van onze familie vonden we raakvlakken. We waren alletwee opgegroeid in een heel burgerlijk gezin en onze moeders bleken dezelfde voornaam te hebben, Hélène. Kun je je het voorstellen?
“Laat me je schilderij nog eens zien,” vroeg Henri.
Ik haalde het opnieuw tevoorschijn en hield het op, tegen het avondlicht. Henri bekeek het aandachtig.
“Weet je dat dat dat schilderij het eerste geweest is dat ik hier in het Louvre heb nageschilderd? Chardin, daar ben ik mee begonnen. Uitgerekend met dit stilleven. Je kopie is goed, heel mooi.”
Ik zou nog veel meer kunnen vertellen. Zo bijzonder was die dag. We hadden elkaar zoveel te vertellen. We struikelden over onze woorden.
De roddel ging al snel de ronde over Henri en mij. Victoria grinnikte bij de herinnering eraan. Berthe voelde zich gepasseerd, zoals gezegd was zij een bijzonder aantrekkelijke vrouw, modieus, elegant, en ik kleedde me nog steeds volgens de Duitse traditie in een wijde bruine vormeloze jurk. Schilderen was mijn passie en al de rest interesseerde me niet. Berthe liet weten aan wie het horen wilde dat de lange uren in het Louvre in het gezelschap van Mlle Dubourg – mijn achternaam – Henri geen geluk brachten. “Henri is lelijker en vervelender dan ooit. Als ik hem hoor praten, geef ik Degas geen ongelijk, die hem even zuur als een oude vrijster noemt, ” was haar commentaar.”

Vanaf die dag zagen we elkaar bijna dagelijks. Vaak in het Louvre. We zetten onze schildersezels dan langs elkaar en samen schilderden we eindelozen uren lang onze grote voorbeelden na. Of we gingen naar het atelier van Henri, op 8 rue des Beaux-Arts op linkeroever. Henri leerde mij in eerste instantie vooral mijn techniek van bloemenstillevens verbeteren. Dat was zijn specialiteit en daar verdiende hij vooral zijn brood mee. Stillevens, nature morte in het Frans. Zijn schilderijen waren heel puur. Simpel, op het eerste gezicht. Een boeket bloemen tegen een effen achtergrond. Soms op een tafel met nog enkele andere elementen, maar altijd sober. Zo wilde hij het, legde hij me uit. De bloemen waren het onderwerp, enkel de bloemen. Niets meer, niets minder. Hij wilde geen hoger liggende idealen overdragen. Je moet je nooit afvragen bij Henri wat hij bedoelde met zijn schilderijen. Het doek was wat het was. Kunst diende niet om een boodschap te brengen, kunst had alleen zichzelf als doel. Het enige dat er toe deed voor Henri was creatie van harmonie en bloemen leenden zich hier bij uitstek voor. De kleuren, vorm en textuur van bloemen zijn eindeloos gevarieerd en gaven hem de mogelijkheid iedere keer opnieuw te kunnen variëren op dit basisthema. Nu moet je niet denken dat het om botanische afbeeldingen ging, want dat was het zeker niet. De bloemen van Henri zijn pure elegantie, gracieus als een ballerina, poëtisch, melodieus, intiem. Schoonheid in zijn meest simpele essentie.

Hier nam Henri het gesprek over. Hij had een heel bijzondere manier van vertellen. Hij maakte geen zinnen, maar liet allerlei gedachtensprongen op elkaar volgen en stopte dan midden in een zin om te kijken of ik wel mee was met wat hij vertelde.

“Daarom ben ik met Victoria getrouwd,” begint hij terwijl hij haar dankbaar aankijkt. “Ze is precies de vrouw die ik zocht. Een vrouw moet haar man raad geven, achter hem staan, hem aanmoedigen, zijn leven organiseren. Dat is wat ik nodig had en zij heeft mij dat alles gegeven. Zij heeft mijn leven op het rechte pad gehouden. Ik werk, ik werk veel, dan werk ik teveel, het put me uit, ik word er moe van, ik concentreer me om het beste te geven. De kunst eist me helemaal op. De wereld rondom mij heb ik geleidelijk aan vaarwel gezegd. Ik wil niemand meer zien. Het leidt me af, het windt me op, het mat me af. Als kind al wist ik mijn gevoelens niet te uiten. Ik wist niet wat ik voelde, laat staan dat ik die gevoelens zou delen met iemand. Er was niets te delen. Ik keek naar de anderen, mijn vrienden, en voelde steeds die immense leegte. Als jongeman ben ik even uitgebroken uit deze beklemmende leegte. Ik maakte vrienden op de academie, in het Louvre waar ik ging werken, in de cafés waar alle jonge artiesten samen kwamen en praatten over kunst en hun toekomst. Wij vormden een groep van jongeren die elkaar trouw zworen, we gingen nieuwe kunst maken, weg van de oude gevestigde waarden. Wij, dat waren ik, Manet, Legros, Whistler, Degas, Millet, maar ook dichters als Baudelaire, Verlaine, Rimbaud,… wij waren samen, één voor allen, allen voor één. We zouden elkaar steunen, tot in de dood. Ik hield van die tijd. Wij tegen de wereld. Maar het duurde niet. De gevestigde orde begint te daveren op haar grondvesten. Wij wrikken, duwen en trekken. Zij geven een beetje toe, nog meer toe en dan ineens beginnen ze een beetje van onze kunst te houden. Dan meer en nog meer. Wij winnen. Dat is het begin van het einde. Want de nieuwe stroming wordt de norm. Het spel begint opnieuw. Iedereen, elke artiest, zou zijn eigen pad moeten volgen en zich eraan houden. Dat gebeurt niet. Een nieuwe groep ontstaat, de meute volgt, de pers volgt en alles is weer zoals vooraf aan. Ik herken mijn oude vrienden niet meer. Zij slaan de weg in die nu geplaveid is. Zoeken naar waardering in die nieuwe richting. Onze vriendschap verwatert. Ik blijf geloven in mijn stijl, niet in de nieuwe stijl. Ik ga voor mijn eigen oordeel, niet dat van een ander. Maar dat is niet wat de groep wil. Ik haak af. Mijn weg is het pad der eenzaamheid. En dan is er de oorlog. 1870. De oorlog tegen de Duitsers. Ik vind de Duitsers veel vooruitstrevender dan de Fransen. De Duitsers zijn moderner, terwijl de Fransen nog altijd in de tijd van de revolutie leven. Ik verafschuw geweld en duik onder. Mijn oude vrienden niet. Die trekken ten oorlog of ze wijken uit, naar Engeland. Ik blijf, hou me gedeisd. Als de oorlog over is, barst de Commune los in Parijs, een ware burgeroorlog. Mijn vrienden staan op de barricades. Ze steken alles in brand, vernielen kunstwerken. Hoe kan je dan van kunst houden? Dan keert de rust weer. Alles is anders nu. De jonge rebelse kunstenaars hebben het volledig gewonnen van de oude garde. Ze organiseren hun eigen tentoonstelling en hebben zowaar meer succes dan de tentoonstelling die de Staat houdt. Men noemt de nieuwe stroming Impressionisten. Ik hou niet van hun stijl en nog minder van hun houding. Geleidelijk aan verlies ik alle voeling met mijn vrienden. Ook thuis is er een leegte ontstaan. Mijn jongste zus Nathalie is opgenomen in Charenton, een psychiatrische instelling. Mijn andere zus is getrouwd met een Poolse kolonel en verhuisd naar Warschau. Mijn moeder overleden en mijn vader… hij wordt kinds. Het is in deze omstandigheden dat ik Victoria heb ontmoet. Ik was er rijp voor, was toen ook al drieëndertig. Toch heeft het nog acht jaar geduurd voor ik besloot met Victoria te trouwen. Ik heb mijn vader willen verzorgen tot op het einde. Een taak die ik graag op me heb genomen. Hij stierf in 1875. Het jaar erop zijn we getrouwd. Victoria was de beste vrouw die ik had kunnen vinden. Ik vond rust bij haar. Zij het een bijna dodelijke rust.

Victoria kijkt naar Henri en begrijpt hem. Ze zegt niets. Ze weet wat hij bedoelt. Alleen door als een dode te leven kon hij overleven. Ze heeft hem daarin geholpen. Dat was haar taak en dat was voor haar voldoende.
Dan kijkt ze naar buiten en zegt: “Hé, de zon schijnt. Weet je wat? Waarom gaan jullie niet even buiten zitten. Ze haalt een karafje wijn te voorschijn, glazen en zet het buiten op een dienblad. Henri neemt een rieten stoel en gaat lui achteruit liggen terwijl hij van zijn wijn nipt. Victoria gaat terug naar binnen en enkele secondes later horen we de eerste tonen van een sonate van Berlioz. Het is Victoria die aan de piano heeft plaatsgenomen. Ik zit aan de rand van het graf en laat me meeslepen door de muziek. Henri heeft een cigaar opgestoken en blaast zorgeloos kringetjes die langzaam opgaan in de koele lucht. Ik volg de kronkelige vormen naar boven en kijk hoe de laatste zonnestralen van deze novemberdag hun best doen om ons nog te verwarmen. Even dommel ik weg en een seconde later voel ik dat de zon weg is. Ook de muziek is gestopt, besef ik. En als ik langs me kijk naar Henri, is alles leeg. Alleen een grafsteen. Onberispelijk schoon. Geen bloemen noch kransen. Hij en Victoria hadden elkaar en voor hen was dat genoeg. Meer wilden of konden ze niet aan.

ps 1 De tentoonstelling over Henri Fantin-Latour A fleur de peau loopt nog tot 12 februari 2017 in het Musée du Luxembourg.

ps 2 De tekst hierboven belicht enkel de bloemenstillevens van Henri Fantin-Latour. Zijn werken omvatten echter veel meer dan bloemen. Fantin heeft een groot aantal prachtige portretten geschilderd en een aantal schilderijen die tot de groep ‘dromen en fantasieën” behoren.

IMG_1803.JPG

Zelfportret Henri Fantin-Latour, 1861

483px-Edgar_Degas_-_Victoria_Dubourg_-_Google_Art_Project.jpg

Portret van Victoria Dubourg, Degas, 1869

IMG_1824.JPG

Graf Henri Fantin-Latour en Famille Dubourg, Begraafplaats Montparnasse, 10e divisie

IMG_1807.JPG

Detail van bloemenschilderij van Henri Fantin-Latour

IMG_1804.JPG

Portret van dichters Verlaine en Rimbaud, Detail uit un coin de table, Henri Fantin-Latour, 1872

[Recueil_Fantin-Latour_et_sa_famille_[-3...]_btv1b84323617.JPEG

Henri Fantin-Latour en Victoria Dubourg in hun atelier te Parijs (ca. 1902)

Naamloos.png

Victoria Dubourg aan de piano (1902)

IMG_1814.JPG

Gebakje Victoria bij Tearoom Angelina langs het Musée du Luxembourg

Bronnen
Fantin-Latour, sa vie et ses amitiés; lettres inédites et souvenirs personnels, Adolphe Jullien, Paris, 1909 (Jullien was een goede vriend van Henri Fantin-Latour en schreef een biografie over het leven van de schrijver. Dit boek geldt als best bewaarde bron)
http://www.elseviermaandschrift.nl/EGM/1928/01/19280101/EGM-19280101-0191/story.pdf (Mooie tekst over personaliteit van Henri Fantin-Latour)
Fantin-Latour, Gustave Kahn, 1927
Fantin-Latour, Jean-Jacques Lévèque, ACR PocheCouleur, Paris, 1996
Henri Fantin-Latour 1836 – 1904, Henk Verveer, henkverveer.nl (Zeer uitgebreide documentatie over de portretten van Henri Fantin-Latour)
Correspondance Fantin-Latour & Scholderer, Quellen-perspectivia.net
The correspondance of James Mc Neill Whistler, online
The pictorial world of Henri Fantin-Latour, utcp.c.u-Tokyo.ac.jp
Fantin-Latour et sa famille, dans son atelier (foto’s), gallica.bnf.fr
Fantin-Latour à Buré (foto’s), gallica.bnf.fr
Fellow Men: Fantin-Latour and the problem of the Group in Nineteenth-Century French Painting, Bridget Alsdorf, 2012
https://archive.org/stream/expositiondeluvr00fant/expositiondeluvr00fant_djvu.txt