Douanier Rousseau: Verrassend! Verfrissend! Een droom!

2-Der-Traum

De droom, Henri Rousseau, 1910

Wat me op dit moment interesseert is de lopende expositie in het Musée d’Orsay, Le Douanier Rousseau. Zou deze een tripje Brussel-Parijs waard zijn? Dat was de vraag die een lezer mij enkele weken geleden stelde. Ik had de tentoonstelling nog niet bezocht en eigenlijk stond hij ook niet op mijn lijstje. Het woord Douanier stond mij op een of andere manier niet aan. Het is geen mooi woord, ik bedoel dat ik de klank niet mooi vind en bovendien heeft de betekenis van douanier, een soort belastinginner, iets heel banaals, dat niets met kunst te maken heeft. Ik begreep dan ook niet wat dat woord daar kwam doen. Maar de vraag of de tentoonstelling de moeite was, hield impliciet in dat de lezer er bepaalde verwachtingen over had. Alleen een bezoek aan de tentoonstelling kon hierop een antwoord geven. Afgelopen dinsdag had ik tijd en besloot er heen te gaan.

De volledige titel van de tentoonstelling luidt: Le Douanier Rousseau, L’Innocence archaïque. Doel van de curatoren is niet om de zoveelste tentoonstelling met werken van Henri Rousseau te maken, maar om in de verf te zetten welke rol de schilder gespeeld heeft als voorloper/inspirator van moderne kunstenaars, zoals Picasso, Ernst, Kandinsky, Delaunay,… Een gedurfde opzet en niet los van enige pretentie, zoals ik een Italiaans echtpaar tegen elkaar hoorde zeggen. Wat is de insteek? Henri Rousseau, actief van ca. 1885 tot 1910, was een buitenbeentje in de kunstwereld van toen. Hij behoorde niet tot de klassieke school en evenmin tot de impressionisten, die in die periode hun hoogtepunt kenden. Hij volgde een geheel eigen parcours, wars van conventies. Enerzijds omdat hij niet beter kon – hij was een autodidact-, anderzijds omdat hij besloten had van zijn beperkingen een sterk punt te maken. Zijn schilderijen volgen niet de klassieke voorschriften over perspectief, verhouding, compositie. Hij schildert helemaal volgens een eigen logica, een eigen filosofie die verbazend dicht aanleunt bij de manier waarop een kind een tekening zou maken. Rousseau was zelf erg tevreden over zijn stijl en vond dat deze een plaats had binnen de klassieke school. Hij exposeerde dan ook regelmatig zijn werken op de grote traditionele tentoonstellingen, maar evengoed stelde hij zijn werken tentoon op de alternatieve tentoonstellingen, deze georganiseerd door de impressionisten. Waar Rousseau zijn doeken ook hing, de reacties waren altijd heel schamper. Rousseau was een schertsfiguur. Een beetje zoals inspecteur Clouseau in de films van The Pink Panther. Zelf is hij overtuigd van zijn kunnen, maar in werkelijkheid doet hij alles verkeerd, is hij hopeloos onhandig. Dat hij toch successen behaalt, is omdat keer op keer zijn onhandigheid door een juiste timing toch tot de juiste oplossing leidt. Of gaat het om onbewuste genialiteit?

Misschien moeten we Rousseau op deze manier bekijken en was hij genialer dan aanvankelijk gedacht, is de suggestie van de organisatoren. Misschien is zijn impact groot geweest, ondanks hemzelf. Hij was een inspiratiebron, niet zozeer door wat hij maakte, maar wel omdat hij liet zien dat schilderkunst ook los van conventies kon bestaan. Hij was de juiste schilder op het juiste moment. Hij bevrijdde de schilders van de verstikkende academische regels en in plaats daarvan kon plaats gemaakt worden voor een geheel nieuwe benadering van de schilderkunst. Dat die nieuwe benadering begon met de manier waarop een kind tekent, is niet verbazend. Het hele parcours van de ontwikkeling van schilderkunst moest opnieuw gemaakt worden. De werken van Rousseau zijn de eerste kinderpasjes geweest. De schilderijen van Rousseau gaan terug naar de bron, naar de archaïsche beeldtaal. Het is vooral Picasso die dit – ook hij misschien onbewust – aangevoeld heeft. Hij organiseerde in 1908 in Montmartre een groot kolderbanket ter ere van Rousseau. Alle artistieke bohémiens, en ook de minder artistieke, van Parijs waren aanwezig. Net zoals bij een cantus onder studenten, werden er ironische discours gehouden over Rousseau en Rousseau zelf, volledig in de olie zoals overigens alle andere aanwezigen, liet begaan en genoot ervan. Dit banket is legendarisch geworden. Het is ook een keerpunt geweest in de kunstgeschiedenis. Vanaf dit moment rijst de ster van Picasso, ontwikkelen zich geheel nieuwe kunststromingen zoals het surrealisme, dadaisme en kubisme. Maar ook Rousseau krijgt vanaf dan een ereplaats in de galerij van grote schilders. De archaïsche onschuld van Rousseau wordt ineens gezien als geniaal.

De opzet van de tentoonstelling is één, de uitwerking is iets anders. De impact van de schilder op zijn tijdgenoten wordt hier en daar wel aangehaald, maar eigenlijk is de opstelling van de schilderijen redelijk klassiek. Het parcours is opgedeeld in vier thema’s: portretten, stillevens, oorlog en jungle. Rousseau maakte een groot aantal schilderijen die hij portret-landschappen noemde. Personnages worden afgebeeld tegen de achtergrond van een landschap. Hij meende dat hij de uitvinder was van dit genre, maar als we de Mona Lisa bekijken dan zien we dat het genre al eeuwen eerder was uitgevonden. Neemt niet weg dat de portretten van Rousseau de moeite zijn van te bekijken. Mooi is vaak niet het juiste woord, wel grappig of aandoenlijk. Na de portretten volgen de stillevens. Rousseau vond het maken van portretten erg inspannend en tijdrovend. Als tussendoortjes maakte hij dan wat stillevens. Vervolgens komen we in de zaal rond het thema Oorlog. Oorlog is een schilderij van Rousseau, geïnspireerd op het werk Gelijkheid voor de dood van Adolphe William Bouguereau uit 1948. Tot slot komen we in de meest interessante zaal, de zaal met de jungle-schilderijen, grote doeken waarop exotische of fabelachtige dieren verscholen zitten in uitbundig groene vegetaties (met meer dan vijftig tinten groen). We zien hier onder meer De slangenbezweerster (1907), De droom (1910) en Verrast! (1891). Van de ca. honderd schilderijen die te zien zijn, is iets meer dan de helft van Rousseau. De andere zijn van de hand van oude meesters als Ucello of Carpaccio, of van modernere schilders als Cézanne, Vallotton, Kandinsky, Jawlensky, Ensor, Carra, Delaunay, Morandi, Brauner, Ernst en Picasso. Heel veel toegevoegde waarde hebben deze schilderijen niet, om een of andere reden kwamen ze – wat mij betreft – niet genoeg uit de verf.

Als advies aan mijn lezer zou ik zeggen: bezoek deze mooie tentoonstelling met het oeuvre van Henri Rousseau en laat je als een kind verrassen door de bijzondere stijl van deze naïeve schilder. Maar ga er niet heen om meer te weten te komen over wie Rousseau nu precies wel beïnvloedde en wie niet, want dat zijn intellectuele hoogstandjes die je museumbezoek eerder bederven dan dat je er iets van bijleert. De opstelling van de doeken, de manier van exposeren, de belichting is met heel veel zorg gedaan. Bij het naar buitengaan, hoorde ik verschillende mensen de laatste zaalwachter complimenteren met de tentoonstelling.

En nu nog het antwoord op de vraag wat die Douanier in de titel van de tentoonstelling doet. Vooraleer Rousseau zich volledig wijdde aan de schilderkunst, werkte hij als lagere beambte bij de afdeling Douane en Accijnzen. Dit bezorgde het buitenbeentje in de schilderswereld al snel de schampere bijnaam Le Douanier. Niemand die toen had gedacht dat dit kleine douaniertje als eerste de deur zou openen naar een geheel nieuwe kunststroming…

Douanier Rousseau, L’Innocence archaïque
Musée d’Orsay, 1, rue de la Légion d’honneur
Info en reservaties: http://www.musee-orsay.fr.
Dagelijks geopend, behalve op maandag, van 9u30 tot 18u (donderdag tot 21u45).
Loopt tot 17 juli 2016.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: