Kees van Dongen: felle kleuren, zwarte ogen en veel vrouwelijk naakt, nu in het Museum van Moderne Kunst in Parijs

Even een kleine zijsprong… Een goed jaar geleden was ik in de ban van Leonardo da Vinci en las ik alles wat ik over hem kon vinden. In die periode was er ook net een nieuw doek van Leonardo da Vinci zomaar ineens uit het niets boven water gekomen. Het schilderij kreeg de naam “La bella Principessa”. Volgens mij had het niets te maken met een echte Leonardo, maar de vinder van het schilderij heeft hemel en aarde verzet om te bewijzen dat het wel degelijk om een origineel doek ging. Hij liet het doek technisch analyseren door het Franse bureau Lumière Technologies en dat kwam aan de hand van vingerafdrukken tot de conclusie: “Mijnheer, u hebt een echte Da Vinci!” Maar deze tests overtuigden mij niet. Ik heb eens gelezen dat technische tests enkel kunnen bewijzen dat iets niet echt is, maar nooit kunnen gebruikt worden om te bewijzen dat een doek wel echt is. Hoe dan ook, ik wilde meer weten over het bureau Lumière Technologies en las dat een van de eigenaren woonde in de straat Villa Saïd in Parijs. Toen mijn broer eens op bezoek was, vertelde ik hem dit verhaal. Nieuwsgierig naar de straat en wat we er zouden vinden, sprongen we op de fiets en gingen erheen. Het bleek om een kleine sjieke straat met statige woningen in de typisch Parijse Hausmannien-stijl te gaan. Maar dit straatje, van nog geen 100m in het 16e arrondissement, was wel langs beide uiteinden afgesloten met een groot zwart smeedijzeren hek, met constante videobewaking en een combi van een beveiligingsfirma. Aangezien deze zaak al enkele weken in mijn hoofd speelde, vond ik al die bewaking geheimzinnig en beangstigend. Mijn broer zag gewoon wat hij zag: een bewaakte straat. Ik ben meteen weggefietst en sindsdien heb ik me ook niet meer verdiept in het schilderij. Ik had er genoeg van.

Kees van DongenGisteren heb ik de tentoonstelling van de Nederlander Kees van Dongen bezocht en wat las ik daar: Kees van Dongen (Rotterdam, 1877-1969) woonde met zijn tweede vrouw , Jasmy Jacob, in Villa Saïd. Ik weet niet of de straat toen ook al zo beveiligd was, maar ik weet nu wel dat het in een van de duurste wijken van Parijs ligt, vlakbij het Park van Boulogne. Zijn vrouw behoorde tot de beau monde van Parijs en het is zij die Kees van Dongen introduceerde bij haar vrienden en hem de toegang verschafte tot een publiek dat vermogend genoeg was om zijn schilderijen te kopen of portretschilderijen bij hem te bestellen.

Kees van Dongen, die op zijn 20e (1897) van het provinciale Rotterdam naar het kosmopolitische en artistieke Parijs vertrok, is vooral bekend omwille van zijn kleurrijke vrouwenportretten, met één constante: grote, zwartomrande ogen.  De tentoonstelling, die momenteel in Parijs loopt, geeft een interessant inzicht in de evolutie van de schilder: van doorsneeschilder die vooral nabootste wat zijn tijdgenoten maakten tot aan de ontwikkeling van een typische eigen stijl. We zien hoe Kees van Dongen alle stijlen uit zijn tijd imiteerde om er ervaring mee op te doen en om er dan geleidelijk aan zijn eigen identiteit in te vinden.  Hij maakte impressionistische schilderijen zoals Caillebotte. Hij schilderde in de trant van de kleurrijke fauvisten, zoals Matisse en Derain. Hij liet zich inspireren door de portretschilderijen van Toulouse-Lautrec en Degas. Hij schilderde in de stijl van Picasso. Maar nooit sloot hij zich aan bij een van deze kunstenaarskringen. Hij keek vanaf de zijlijn mee, om er tenslotte zijn eigen weg mee in te slaan. Een eenling, een eigenzinnig man. Met vooral een geniaal gevoel voor kleur.

Kees Van Dongen schilderde alle grote actrices van zijn tijd. Al tijdens zijn leven was hij een bijzonder geëerd schilder. Een portret van de hand van Kees van Dongen was dan ook de droom van menig vrouw. Kunstkenners zeggen dat zijn schilderijen na 1918 minder interessant worden, omdat hij vanaf dan vooral in opdracht gaat werken. Zijn portretten toonden, zoals journalist Henri Knap in 1968 schreef: “… zelden arme, maar vrijwel altijd rijke drommels”.

In het boek “Rue d’Amsterdam” van Paul Arnoldussen  staat een leuke anekdote over Kees van Dongen, die eens door zijn dochter verteld zou zijn: “Ze kwam zijn atelier eens binnen toen daar een Amerikaanse vrouw model stond. Haar vader schilderde, maar, zo bleek, niet aan dat portret. Dat was af, hij had daaronder een doekje gespannen en schilderde – onzichtbaar voor het model – bloemen. Nadat de Amerikaanse vertrokken was, vroeg Dolly haar vader waar die grappenmakerij voor diende. Van Dongen: “Denk je dat ze bereid is honderdduizend franc te betalen voor één uur poseren?”

Voor een video met een interview met de dochter van Kees van Dongen, zie >>>

Tentoonstelling Kees Van Dongen
Waar: Musée d’Art Moderne, 11, avenue du Président Wilson, 75116 Paris
Wanneer:  25 maart tot 17 juli 2011
Openingsuren: Open van dinsdag tot zondag van 10u tot 18u, donderdag avondopening tot 22u.
Prijs: 10 Euro

Nb. Deze tentoonstelling (ca. 70 schilderijen, tekeningen, ceramiek) is een heruitgave van de tentoonstelling van het Museum Boijmans Van Beuningen van Rotterdam (All eyes on Kees Van Dongen, 18 september 2010- 23 januari 2011).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: