Een avondje Parijs

Gisterenavond ben ik naar de Nederlandse borrel in Parijs geweest. Die wordt elke eerste woensdag van de maand gehouden in de mooie wijnwinkel annex bar Lavinia op 3, boulevard de la Madeleine. Het was de eerste keer dat ik er naartoe ging. Ik kende deze borrelgewoonte niet van de Nederlanders in Parijs, maar las erover op internet naar aanleiding van een nieuw boek over Frankrijk met de titel “Van Bouillabaisse tot Bruni” van Andy Arnts. De auteur, zo werd aangekondigd, zou zijn boek komen presenteren op de borrel van 4 mei. Dus schreef ik mij in en ging er naar toe.

De sfeer op de borrel is heel vriendschappelijk, iedereen is welkom, van de Nederlandse veteranen in Parijs tot de sporadische toerist. Het grootste deel van de bezoekers waren jonge mensen, die naar Parijs komen om te studeren of Frans te leren. Maar zoals gezegd, het publiek was behoorlijk gemengd en iedereen vindt er wel een passende gesprekspartner. De borrel wordt georganiseerd door onder meer Arjan Angenent. Wie meer wil weten, kan surfen naar de website http://www.nlborrel.fr/ .

Over het boek kan ik nog niet veel zeggen, ik moet het nog lezen. Maar ik kan wel al vertellen dat het gaat om 25 korte verhalen, die de sfeer van la douce France uitademen. De cursiefjes hebben titels als: “Franse anjers”, “Knoflook uit de hemel”, “De maagd van Saint Paul” of “De erfenis van Jacques Tati”. Later hierover meer.

Na afloop van de borrel, waar ik later was gebleven dan gepland, wilde ik naar huis met een taxi. Maar die was in geen verte te bekennen. Parijs was uitgestorven en toch was het onmogelijk een vrije taxi te vinden. Na een half uur wachten en een paar maal van taxistandplaats te veranderen, stopte er eindelijk een. De chauffeur, een man van middelbare leeftijd, was een en al vriendelijkheid, ook op het gegrommel van Rudi, mijn man, die niet alleen alle taxi’s van Parijs vervloekte, maar er meteen een zaak van heel Frankrijk van maakte. De chauffeur liet het over zich heen gaan en sprak op heel kalme toon enkele aardige woorden uit – ik kan me niet meer herinneren wat precies – maar de woorden hadden een kalmerend effect en toen we op place de la Concorde waren aangekomen, was de sfeer in de auto sereen. De radio speelde zachtjes en rustig reden we over de in het maanlicht schitterende Seine. “Joe Dassin”, zei Rudi ineens hardop, bij wijze van commentaar op het liedje op de radio. De taxichauffeur reageerde meteen: “Ja, Salut les Amoureux. Mooi liedje. Het blijft mooi. Ook al is het al oud.” Hij haalde enkele herinneringen op aan een karaoke-avond waar ze allemaal liedjes van de jaren ’60 en ’70 gespeeld hadden. Tegen de tijd dat we voor onze deur stonden, was hij helemaal op dreef geraakt. Hij had, vertelde hij, enkele weken geleden de nieuwste CD van Johnny Halliday gekocht. Hij hield erg van Halliday,maar deze CD, die  “Jamais Seul” heette, was hem tegengevallen. “Avez-vous encore un instant?” vroeg hij, terwijl hij met zijn hand het handschoenenkastje opende. Hij haalde de CD eruit en liet het hoesje aan ons zien. Rockidool Johnny Halliday als een jonge hero, half hells angel, half leatherboy en de man is al nota bene boven de 60! De chauffeur schudde meewarig zijn hoofd. Stak vervolgens het schijfje in de speler en liet ons de eerste tonen van het eerste liedje horen. Het was hard rock en had niets te maken met de gevoelige rock waar Halliday om bekend staat. De chauffeur trok een gezicht dat deze muziek nergens op leek. Hij spoelde door naar het tweede nummer. Idem. We gingen verder, tot we bij nummer vijf aankwamen. “Jamais Seul”, luidde het, naar de titel van de CD. De chauffeur gaf toe dat dit misschien wel aardig was. Ook nummer 10 kon er mee door. “Ces deux-là”, heette het. Het laatste nummer, nummer 13, was “Jade dort”. Halliday heeft het opgedragen aan zijn dochter Jade. Hij had vroeger al eens een nummertje opgedragen aan een andere dochter van hem, Laura. “Maar dat was een mooi liedje”, zei de chauffeur. “Maar dit, nou ja… Jade dort, J’adore… trop simple”, was zijn commentaar. De CD ging terug het handschoenenkastje in. De motor van de auto draaide nog steeds. Wij stapten uit. “Au revoir” zeiden we en we meenden het.

We hadden nog altijd geen avondmaaltijd gehad. Wel een kaasschotel en wijn, maar we hadden nog een beetje honger en besloten nog even binnen te springen bij de brasserie bij ons op de hoek, “Brasserie Le Dome”. In Parijs is het nooit te laat om nog een lekkere hap te krijgen. Max, onze vriend-kelner, was er niet. Het was zijn vrije dag. We werden geholpen door een jonge jongen, die zei dat we hem ook wel Max mochten noemen, kwestie van ons het gevoel te geven dat alles goed zat en bij het oude was gebleven. Terwijl we wachtten op onze schotel, raakten we in gesprek met onze buren. Een jong homokoppel uit de Verenigde Staten. De ene was een echte Amerikaan, de ander kwam oorspronkelijk uit Bogota, Colombia. We raakten aan de praat over Ingrid Bettancourt en de Farq, over de cocaïnehandel en over Bogota-stad. Meer dan 10 miljoen inwoners wonen in de hoofdstad op nog geen 45 miljoen in het hele land. Je leert nog wat bij op zo’n avond! Alleen in Parijs overkomt het me dat ik van het ene gesprek in het andere rol met de meest uiteenlopende mensen. Het was ondertussen bijna twee ’s nachts geworden. We rekenden af. We wensten de twee Amerikanen een leuk verblijf. Hand in hand wandelden ze weg, wij deden hetzelfde, de ander kant op. Naar huis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: