Tentoonstelling Grand Palais in Parijs over Odilon Redon, prins der dromen

“Weet je wat ik zie als ik gedronken heb? Allemaal beestjes. Zoveel beestjes om me heen.” Met deze tekst behaalden Ronnie en de Ronnies in 1967 een plaats in de Nederlandse hitparade. Precies honderd jaar eerder had Odilon Redon hetzelfde kunnen zeggen, alleen hoefde hij er niet eens dronken voor te zijn. Bovendien zag hij meer dan beestjes alleen: spinnen met een grijnzend mensenhoofd, menscactussen, planten waar gezichten als bloemknoppen uitkomen, een menszeepaardje, vliegende ogen.

Odilon Redon is een vreemde eend in de bijt. Terwijl alle andere schilders hoog oplaaiende discussies voeren over het feit hoe de werkelijkheid geschilderd moet worden, geïdealiseerd of juist naar de natuur, maakt Redon in alle stilte schilderijen die ons binnenleiden in een irreële wereld, de wereld van dromen, nachtmerries en deliriums. De wereld op zijn kop. Redon zou amper opgevallen zijn, ware het niet dat de toenmalige Franse schrijver Joris-Karl Huysmans hem dermate ophemelde, dat niemand het nog durfde er een andere mening op na te houden. Redons’ werken krijgen internationale bekendheid en inspireren andere schilders. Hij kan beschouwd worden als de aankondiger van het Symbolisme, de kunststroming die verbonden is aan namen zoals Khnopf, Toorop, Klimt, Picasso en Munch.  

De tentoonstelling die momenteel loopt in de Grand Palais in Parijs geeft een volledig overzicht van het werk van Odilon Redon. Aan de hand van 180 werken wordt inzicht gegeven in het hele oeuvre van Redon, van zijn beginperiode in 1968 tot aan zijn overlijden in 1916. De eerste zalen zijn gewijd aan de “zwarte” periode van Redon. Het gaat om houtskooltekeningen en lithografieën. Vanaf 1890 begint Redon ook met kleur te werken en maakt hij vooral pasteltekeningen. Tegen het einde van zijn leven werkt hij – net zoals veel tijdgenoten – aan projecten van binnenhuisdecoratie. Hij beschilderde onder meer de salon van de woning van zijn vriend Robert de Domecy, ontwierp stoffen en kamerschermen. Verschillende voorbeelden hiervan zijn te zien. Een mooie tentoonstelling, goede belichting en goede uitleg via de audiogids (F/E/D). Een tweetal uur uittrekken, als je alle werken op je gemak wil bekijken.

Biografie

Odilon Redon wordt geboren op 20 april 1840 in Bordeaux. De kleine Odilon heeft een zwakke gezondheid en wordt om deze reden door zijn ouders bij een oom geplaatst, die op het platteland woont, in het dorpje Peyrelebade in de Médoc. Odilon brengt er een eenzame jeugd door, in het midden van de natuur. Op zijn 11e gaat hij terug bij zijn ouders wonen. Al snel blijkt zijn voorliefde voor tekenen en zijn studies gaan dan ook die richting uit.

In 1857 ontmoet Odilon Armand Clavaud, een botanicus die in de publieke tuinen van Bordeaux werkt en die Odilon veel leert over planten en dieren, maar hem ook schrijvers laat ontdekken als Baudelaire, Flaubert en Poe. Enkele jaren later is het de graveerder Rodolphe Bresdin die een belangrijke invloed op hem zal hebben, want híj initieert hem in het vak van de lithografie.

De doorbraak van Redon is er in 1884, wanneer auteur Huysmans, in A Rebours, een passage aan Redon wijdt. Vanaf dan af kent de schilder een behoorlijk succes. Begin 1890 brengt de Nederlandse bankier en kunstliefhebber André Bonger een bezoek aan het atelier van Redon. Een vriendschap ontstaat die zal duren tot op het einde van Redons’ leven. Bonger heeft een aanzienlijk aantal werken van Redon gekocht; later werden deze werken geschonken aan het Van Gogh Museum in Amsterdam. Deze werken waren te zien in een tentoonstelling in 2009 in het museum.

Redons’ levensverhaal is voor de rest weinig opzienbarend. Hij trouwt en krijgt twee kinderen, waarvan de oudste vroeg sterft. Hij leeft in alle sereniteit, is gelijkmatig, zet zichzelf nooit in de schijnwerpers. Op foto’s staat Redon er meestal onwennig bij, kijkt niet naar de lens, als wil hij zich verstoppen voor de mensen. Hij heeft meer weg van een ambtenaar dan een kunstenaar. Toch was hij kunstenaar op vele vlakken: hij speelde piano en hield een dagboek bij, dat na zijn dood gepubliceerd werd en gerekend wordt tot de Franse literatuur. Onder zijn vrienden waren veel schilders, maar nog meer schrijvers, zoals Mallarmé, Huysmans en Flaubert.

Aanvankelijk beperkt Redon zich vooral tot houtskooltekeningen en zwart/wit lithografieën. Het zijn deze tekeningen en litho’s waar Redon bekend mee wordt en die het meest typisch zijn, ze vormen het originele werk. Vanaf 1890 werkt hij ook met kleur en hoewel ook deze tekeningen de moeite zijn, laten ze minder indruk na. De decoratie van interieurs op het einde van zijn leven, is mooi, maar hier gaat het louter nog om het “aangenaam aankleden”, er is niet langer sprake van inhoud of boodschap.

Commentaar bij enkele schilderen/tekeningen

Roland a Roncevaux (1868): dit schilderij is geïnspireerd op het Roelandslied. Aanvankelijk was Redons’ werk eerder klassiek te noemen. Redon zond dit schilderij in om te participeren aan de jaarlijkse Salon, waar alle grote Franse schilders aan meededen. Het werk werd geaccepteerd door de jury en zou dus in de zaal opgehangen worden, maar Redon, die er eigenlijk niet tevreden over was, trok het op het allerlaatste moment weer in.  

Diable enlevant une tête (1876): het idee voor deze houtskooltekening heeft Redon gehaald van een schilderij van Eugène Delacroix, die het gemaakt had als illustratie voor een boek van Goethe: Faust. Redon is heel zijn leven lang een groot bewonderaar geweest van Delacroix.  De kerktoren is die van Peyrelebade, het dorp waar Redon zijn jeugd doorbracht.

Verschillende reeksen van litho’s. Deze litho’s worden soms opgedragen aan schrijvers, maar zijn geen illustratie bij boeken. Het gaat om tekeningen die Redon maakt op eigen initiatief en waarbij hij zich laat inspireren door teksten of ideeën van anderen. Zo zien we een reeks litho’s opgedragen aan Edgar Allen Poe. Zijn boeken werden uit het Engels vertaald door Baudelaire. De sfeer in de boeken trok Redon erg aan. Een andere reeks is gewijd aan het thema van de evolutieleer van Darwin. Redon beeldde zich in hoe anders de wereld er had kunnen uitzien als de evolutie zich op een andere manier ontwikkeld zou hebben. We zien een reeks van litho’s met als thema: “Van het ontstaan van het leven tot de introductie van de mens”. De teksten eronder werden achteraf toegevoegd. Redon had een hekel aan het geven van titels aan zijn werken, maar het publiek vroeg er steeds naar. Hij zei hierover dat het het moeilijkste deel was van de hele creatie. Bovendien vond hij dat een schilderij voor zichzelf moest spreken en geen uitleg nodig had. Zoals een goede wijn geen krans behoeft, zo heeft een mooi schilderij geen woorden nodig, die het ophemelt of uitlegt.

L’arraignée souriante (1881): In de tijd dat Redon deze houtskooltekening maakte, werd er veel geschreven over insecten en vooral over het menselijk gedrag dat insecten vaak vertonen.

Dans le bénitier (1887):  twee personen in een wijwatervat in een grote, lege kerk. Het lijkt wat op een ark van Noë. Absurd.

Plante Grasse (1881): Geïnspireerd op werken van Goya die zei dat “dromen demonen kunnen oproepen”. Erg expressief. Het is met dit soort tekeningen dat Redon terecht als voorloper van de Surrealisten wordt beschouwd.

La bataille des os (1881):  Geïnspireerd op een gelijknamig gedicht. De dichter was een vriend van Redon. Dit is de enige keer dat Redon zich beperkt tot het maken van een illustratie en geen eigen interpretatie geeft.  Het verhaal gaat dat twee ex-minnaars van eenzelfde vrouw haar na hun dood komen bezoeken. De een neemt de plaats in van de nieuwe echtgenoot aan tafel en de andere gaat naar het bed van de vrouw om daar de plaats van de verdringer in te nemen.

Reeks van 6 litho’s opgedragen aan Goya (1885): dit is Redons’ meest bekende serie. De “Fleur du Marécage” wellicht zijn bekendste werk. J-K Huysmans heeft een toelichting bij deze litho gemaakt, waarin hij in de meest mooie bewoordingen het een en ander probeert duidelijk te maken voor de kijker. Redon was vereerd, maar vond het tegelijk vernederend dat een schrijver kon denken dat hij met woorden moest verduidelijken wat Redon visueel had uitgebeeld. Hij merkte ook op dat Huysmans’ succes misschien eerder te danken was aan Redon dan Redons’ succes aan Huysmans (zie boven).

Reeks van 10 litho’s gebaseerd op het boek van Flaubert “De verzoeking van de Heilige Antonius” (1888): Flaubert was een belangrijke bron van inspiratie voor Redon. Nogmaals, het gaat hier niet om illustraties, maar om een eigen interpretatie. “Ik haat de term illustratie, maar spreek over transmissie, interpretatie”.

De dood: een erg mooie tekening  van een doodshoofd die een krans van rozen draagt op het hoofd en langs onder afgewerkt wordt als een mummie of amoebe.

Ondertitel bij een tekening van een man die op zijn hoofd staat: “La tête le plus bas possible, c’est le secret du bonheur” of “Het hoofd zo laag mogelijk, dat is het geheim van het geluk”.

Yeux Clos (1890): te zien in twee versies: zwart en kleur. De kleurversie wordt aangekocht door het Musée du Luxembourg en is de eerste belangrijke aankoop door een museum van een werk van Redon.

Reeks van 6 litho’s rond thema van de droom (Songes) (1891): Met deze reeks keert Odilon Redon terug naar zijn aanvankelijk werk, waarbij er geen relatie is tussen een boek of literatuur en de litho’s. Hijzelf vond deze reeks een verademing. Toch is dit meteen een keerpunt in het oeuvre van Redon. Want we zien dat hij vanaf nu meer en meer afstand neemt van zijn verleden en nieuwe wegen opzoekt. Kleuren en decoratieve kunsten gaan zijn werk beheersen.

Beatrice uit het boek van Dante: De litho is gemaakt door Redon, maar afgewerkt door iemand anders. We zien dat de afwerking veel gestileerder is, dan wanneer Redon het zou gedaan hebben. Toch is het resultaat mooi.

Boeddha: Wordt beschouwd als apotheose van het werk in kleur van Redon.

Coquillages (1912): Geïnspireerd op een gedicht van Mallarmé. Daarna gaf dit schilderij aanleiding tot het maken van de Naissance de Venus (1912). Daar waar de schelp alleen iets poëtisch uitstraalt, is de geboorte van Venus minder geslaagd.

Cycloop en Pegasus: Twee schilderijen uit de laatste jaren van Redon. Deze schilderijen komen uit het Kröller-Müller Museum. Op de tentoonstelling zijn verschillende werken van Nederlandse en Belgische musea, maar er zijn geen werken die van de verzameling van André Bonger komen en zich  nu in het Van Gogh museum bevinden.

Praktische informatie

Odilon Redon, Prince des Rêves

Wanneer ?
Tot 20 juni 2011

Openingsuren?
Dagelijks van 10u tot 20u. Woensdag en vrijdag open tot 22u.
Wekelijkse sluiting op dinsdag.
Gesloten eveneens op 1 mei 2011.
Speciale late opening op de nacht van de musea, 14 mei 2011, open tot 1u ’s nachts.

Prijs?
11 Euro. Reductieprijs 8 Euro (tussen 13-25 jaar), kinderen onder de 8 gratis. Kaartje te krijgen op voorhand bij de RMN of Fnac. Online printen mogelijk.

Waar?
Grand palais, Galeries nationales, 3, avenue du Général Eisenhower, 75008 Paris (zij-ingang)
Metro : Champs-Elysées Clémenceau of Franklin-D. Roosevelt
Bus : lijn 28, 32, 42, 72, 73, 80, 83, 93

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: