Landschapsschilderijen: Rome als inspiratiebron

Nature et Idéal, Grand Palais, Parijs

Tot 6 juni 2011 loopt er in de Grand Palais een prachtige tentoonstelling met als titel: Nature et Idéal, le paysage à Rome 1600 – 1650. Het gaat om 80 schilderijen en 20 tekeningen uit de eerste helft van de 17e eeuw die allemaal één thema gemeen hebben: de natuur, het landschap in en rond Rome.

Opzet van de tentoonstelling

De tentoonstelling is chronologisch opgezet, verdeeld over twee verdiepingen.
De eerste serie schilderijen, op de begane grond, geeft het ontstaan weer van het genre “landschapsschilderkunst”. Het beslaat de periode 1600-1635 en behandelt schilders uit heel Europa.
Het tweede deel, op de 1e verdieping, geeft een overzicht van de landschapsschilderkunst op haar hoogtepunt, van 1635 tot 1650, met vooral aandacht voor Franse schilders.

Rome, 1600, artistiek centrum van de wereld

Begin 1600 was Rome dé cultuurstad bij uitstek. Of men nu uit Noord- of Zuid-Europa kwam, elk zichzelf respecterend schilder ging voor enkele jaren naar Rome, om met zijn eigen ogen de kunstschatten van de stad in zich op te nemen. Nergens anders dan in Rome vond men zoveel schoonheid bij elkaar: de eigentijdse kunst, de ruïnes uit de oudheid, de glooiende heuvels rondom de stad, het goudgele licht… alles leek in perfecte harmonie met elkaar.  

Bovendien was Rome welstellend in die dagen en de belangrijkste families van de stad wedijverden met elkaar om de beste artiesten aan te trekken voor de verfraaiing van hun huizen en kerken. Voor veel kunstenaars een bijkomende reden om naar Rome te gaan.

Landschapsschilderkunst als nieuw genre

De aanwezigheid van zoveel internationaal talent op één enkele plaats én het feit dat al die kunstenaars in volle bewondering waren voor de stad en haar omgeving, leidt tot een nieuwe stroming binnen de schilderkunst: de landschapsschilderkunst. 
Het voorwerp van de bewondering, Rome, wordt het onderwerp van menig schildersdoek en al snel kent dit genre een groot succes.

Voor alle duidelijkheid: ook vóór deze periode werden er al landschappen geschilderd, maar de natuur diende als omkadering, vormde geen onderwerp op zich.
Een portret bijvoorbeeld werd vaak afgebeeld tegen de achtergrond van een stad of landschap. Denk maar aan de Mona lisa. Ook in veel Vlaamse schilderijen komen landschappen voor, soms als uitzicht via een raam. 
Het is echter pas tegen begin 1600 dat schilders de natuur als hoofdonderwerp kiezen en dat de personen op het doek bijkomstig worden, in de natuur lijken op te gaan. 
Het resultaat zijn schilderijen waar de landschappen alle aandacht krijgen, terwijl de personages heel klein op het voorplan geschilderd worden.

Landschappen kunnen meer zijn dan natuurlandschappen. Het kan ook gaan om marktpleinen, ruïnes, zeestukken, havenzichten.

Vertrekken van gekende technieken, om ze vervolgens te verfijnen

Naarmate er meer landschappen geschilderd worden, groeit ook de kennis over hoe het moet en beter kan.
Van Alberti kende men al de regels van het perspectief  (evenwijdige lijnen lopen naar elkaar toe in de verte, de grootte van een voorwerp verkleint naarmate het verder van ons afstaat) en van Leonardo da Vinci had men geleerd hoe men met kleur diepte kon creëeren (vooraan op het doek warme bruine tinten gebruiken en die met dikke verf aanbrengen; voor de verte, blauwe tinten gebruiken en schilderen met heel dunne, bijna doorzichtige pennestreken). 
De weergave van licht en lichtinval was dan weer een specialiteit van de schilders van het noorden. 
Al deze kennis van Noord en Zuid werd met elkaar verweven, aangepast en verbeterd in funktie van het beoogde doel, het neerzetten van een landschapstafereel.  

Zo onstond geleidelijk aan inzicht in hoe men het werk het beste kon aanpakken. Men vond antwoorden voor vragen zoals: hoe breng je de illusie van diepte in de natuur op het doek, hoe leidt je de blik van de kijker naar de horizon, hoe omkader je het beeld, hoe geef je licht weer, hoe verkrijg je het effect van de trillende deeltjes in de atmosfeer, hoe schilder je de weerkaatsing van licht en water ,…  

Maar de schilders gaan verder dan het natuurgetrouw nabootsen van de werkelijkheid: ze herinterpreteren de werkelijkheid, idealiseren haar, men gebruikt de natuur als middel om bepaalde sferen, emoties op te roepen. Poëzie en beeld gaan hand in hand.  

Opvallend is dat de schilders er vaak op uittrekken om schetsen in openlucht te maken. Uren kunnen ze hiermee doorbrengen. Maar de doeken die ze schilderen, zijn nooit zomaar kopies van deze schetsen. De schetsen dienen als hulpmiddel, niet als voorbeeld. Immers, het doek moet meer zijn dan de loutere imitatie van het landschap. Het schilderen zelf gebeurde trouwens altijd binnenskamers, in een atelier.

Hannibal Carracci, de eerste landschapsschilder

Wie de eerste landschapsschilder was, is moeilijk te zeggen. In deze tentoonstelling wordt die eer gelaten aan de Bolognese schilder Hannibal Carracci en aan enkele van zijn tijdgenoten. Het feit dat de Commisaire de l’Exposition Stéphane Loire een specialist is van Italiaanse schilders, en voornamelijk van de Bolognese schilders, zal hier wel voor iets tussen zitten. Maar naast Italiaanse schilders is de bijdrage van de Hollandse en Vlaamse schilders voor deze stijl zeker zo belangrijk geweest. Een sleutelfiguur is ongetwijfeld de Vlaming Paul Bril die rond 1580 naar Rome vertrekt en daar werkt als schilder van landschapsfresco’s. Op de tentoonstelling zijn er verschillende voorbeelden van zijn hand en van zijn landgenoten (inclusief Nederlanders). Even zo goed hebben Duitse schilders hun stempel weten te drukken en zijn hier vertegenwoordigd.

Nicolas Poussin en Claude le Lorrain: de meesters van het vak op het “moment de gloire”

Natuurlijk zijn ook de Fransen van de partij. De tweede helft van de tentoonstelling, die de periode  van 1835 tot 1850 beslaat, is voornamelijk gewijd aan de twee Franse schilders, die de natuurschilderkunst tot haar hoogtepunt hebben weten te brengen. Het gaat om Claude le Lorrain en Nicolas Poussin.  

Le Lorrain is een landschapsschilder in hart en nieren. Hij heeft heel veel oog voor de lichtinval, die in zijn schilderijen meestal opvallend geel is. Zijn personages daarentegen zijn niet of weinig uitgewerkt en hij stond bekend als nogal onhandig op dat vlak.

Poussin is een heel ander soort schilder, men noemt hem de intellectueel onder de schilders. Hij schildert nooit zomaar een landschap, zijn schilderijen zijn een vertaling van een intellectuele boodschap, een verhaal met inhoud dus. Hij las vaak en veel, bij voorkeur schrijvers uit de oudheid en had de gave die teksten in beeld om te zetten. Daar waar de meeste schilders zich beperkten tot de bekende verhalen uit de bijbel en mythologie, kwam hij geregeld aanzetten met nieuwe teksten die hij ergens vanonder het stof vandaan had gehaald.

Zowel Poussin als le Lorrain werden – naast andere schilders – rond 1640 uitgenodigd door Koning Philips IVe van Spanje, een groot kunstminnaar en mecenas, om doeken te schilderen voor zijn paleis “Buen Retiro” in Madrid. Op dat moment was de landschapsschilderkunst dermate populair geworden dat de opdracht eruit bestond om gigantisch grote doeken met natuurlandschappen te maken. Enkele van deze doeken hangen op deze tentoonstelling. Deze tentoonstelling wordt georganiseerd in samenwerking met het Prado, waar de grote doeken van le Lorrain en Poussin vandaan komen. De tentoonstelling zal na afloop ook Madrid aandoen.

Voor de echte Poussinkenners: op de tentoonstelling is er een schilderij van de jonge Poussin, dat voor het eerst tentoongesteld wordt. Voor de Fransen, die Poussin adoreren, een absolute primeur.

Vergelijkbare exposities

Zowel in Nederland als in België zijn er in het verleden al enkele mooie tentoonstellingen over landschapsschilderkunst geweest.  In 2001 liep in het Noord-Brabants Museum van Den Bosch de tentoonstelling “Panorama op de wereld: het landschap van Bosch tot Rubens” en drie jaar later, in 2004, was er de tentoonstelling in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen met de titel “De uitvinding van het landschap: Vlaamse landschapsschilderkunst van Patinir tot Rubens”.

In Parijs liep verleden jaar een tentoonstelling over de tempel van Vesta en de heuvels rond Tivoli in de schilderkunst. Je zou die tentoonstelling als een klein onderdeel van de huidige kunnen beschouwen.

Beoordeling

Een heel mooie selectie schilderijen, maar de uitleg ter plaatse en via de audiofoon is te ingewikkeld en langdradig. Dankzij de chronologie zou men de kijker kunnen wijzen op de verschillende fasen in de ontwikkeling van dit genre, maar dit gebeurt onvoldoende.

Praktische informatie:

Titel ?
Nature et Idéal, Le paysage a Rome 1600-1650 Carrache, le Lorrain, Poussin

Waar?
Grand Palais, Galeries nationales, 3 avenue du Général Eisenhouwer, 75008 Paris

Wanneer ?
9 maart tot 6 juni 2011
Open elke dag behalve op dinsdag, van 10 u tot 20 u, avondopening op woensdag, tot 22 u.
Gesloten op 1 mei.

Tickets?
11 euro vol tarief, 8,5 euro verminderd tarief. Kinderen onder de 13 gratis.
Kaartjes op voorhand te koop bij onder meer website van Grand Palais (je moet datum en uur kiezen, printen tickets online, prijs 12 euro, ook tickets verminderd tarief verkrijgbaar online).  Andere verkopers zijn: > Fnac, > Francebillet, > Digitick, > Ticketnet.

Transport?
Métro : Franklin-Roosevelt ou Champs-Élysées-Clemenceau.
Bus : lijn 28, 32, 42, 72, 73, 80, 83, 93

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: