Museum Nissim de Camondo: saga van een Joodse bankiersfamilie

Toen Renoir in 1880 het achtjarige meisje Irene Cahen d’Anvers schilderde, kon hij onmogelijk vermoeden welk een wervelend leven het meisje én het schilderij zouden hebben. Hij zag toen wellicht niet meer dan een dromerig meisje, de dochter van zijn opdrachtgever, de heer Cahen d’Anvers, een rijke joodse bankier van Antwerpse origine.

Maar kleine meisjes worden groot. Irene trouwt met Moïse de Camondo en krijgt een zoon en dochter. Dit Museum, Museum Nissim de Camondo, is een ode aan de zoon van Irene, Nissim de Camondo. Maar het is niet Irene zelf die het museum aan haar zoon zal opdragen, wel haar man. Maar laten we het verhaal bij het begin beginnen, bij Irene thuis.

Een luxeleven in het Parijs van de Belle Epoque

Irene groeit op in weelde in het Parijs van de Belle Epoque. De bals die haar ouders organiseren behoren tot de grootste, meest cosmopolitische die Parijs op dat moment kent. Amper 19 jaar trouwt de levenslustige Irene met de enigszins stugge Moïse de Camondo, die net zoals zij uit een rijke Joodse bankiersfamilie komt. Al snel krijgt het echtpaar twee kinderen, eerst een zoon die naar zijn grootvader Nissim genoemd wordt en dan een dochter, die ze de naam Béatrice geven. 

Een vruchtbaar huwelijk, maar ongelukkig

Ondanks de twee kinderen is Irene wispelturig, ongedurig en zoekt ze haar geluk meermaals buitenhuis. In 1896 wordt ze verliefd op haar stalmeester, de Italiaanse graaf Charles Sampieri.  Voor hem verlaat ze man en kinderen. Ze vraagt de scheiding aan, laat aan haar man het hoederecht over de kinderen, bekeert zich tot het catholicisme, trouwt met de graaf en wordt gravin Irene Sampieri.  

De bedrogen echtgenoot 

De verstoten Moïse van zijn kant wordt nog zwijgzamer dan hij al was. Twee zaken spelen nog mee in zijn leven: zijn kinderen en dan vooral zijn oudste zoon Nissim, die hij adoreert en zijn kunstverzameling, bestaande uit hoofdzakelijk  18e eeuwse kunst.

Om zijn kunstverzameling beter tot haar recht te laten komen, beslist hij begin 1900 zijn woning aan het Parc Monceau helemaal neer te halen en opnieuw op te bouwen op een dusdanige manier dat de kunstwerken er een vaste plaats krijgen, onroerend door bestemming als het ware.  Alle tapijten, schouwen, deuren enz. die hij in de loop der jaren verzameld heeft, worden in de tekeningen van de architect verwerkt. Het wordt een huis uit begin 20e eeuw, maar met de uitstraling van een klein kasteeltje, een “petit Trianon”, uit de 18e eeuw.

Zoon Nissim 

Zoon Nissim groeit ondertussen op tot een elegante jongeman, met toekomstperspectieven waar de andere jongens van die leeftijd alleen maar van kunnen dromen. Maar het noodlot slaat toe. Wereldoorlog I breekt uit. Nissim trekt naar het front, eerst als soldaat, daarna kiest hij voor de meer heroïsche luchtmacht en wordt vliegenier. In 1917 wordt zijn vliegtuig geraakt bij een luchtgevecht. Nissim kan nog net landen, maar overlijdt enkele dagen later aan de opgelopen verwondingen.

Ter nagedachtenis aan Nissim

Vader Moïse is ontroostbaar. Wanneer enkele jaren later dochter Béatrice het ouderlijk huis verlaat om te trouwen met Léon Reinach, zoon van eveneens een Joodse familie, blijft Moïse alleen achter. Hij maakt zijn testament op en bepaalt dat zijn woning met alle kunstwerken inbegrepen bij zijn dood als museum naar de Franse Staat moet gaan, ter nagedachtenis van zijn zoon. In 1935 overlijdt Moïse en gaat de woning overeenkomstig de beschikkingen over naar de Staat en wordt museum, het museum Nissim de Camondo.

Dochter Béatrice

In principe zou het verhaal over het ontstaan van dit museum hier eindigen. Maar de tegenslagen die het geslacht Camondo zal kennen, zijn niet ten einde. Dochter Béatrice en Léon Reinach krijgen twee kinderen, Fanny en Bertrand. Wanneer de 2e Wereldoorlog uitbreekt, wordt het hele gezin Reinach-Camondo opgepakt en gedeporteerd. Geen van hen zal de oorlog overleven.

Irene, die ondertussen ook gescheiden leeft van haar tweede man, draagt nog altijd de naam van gravin Sampieri. Ze leeft ondergedoken in een klein appartement in Parijs en weet zich zo aan de aandacht van de Duitsers te onttrekken.  

De ironie van het lot

Wanneer na de oorlog de erfenis van Béatrice ter sprake komt, komt ook Irene opnieuw in beeld. Als enige erfgenaam van haar dochter ontvangt zij het enorme fortuin dat haar ex-man had nagelaten aan zijn dochter. Met dit geld vestigt Irene zich in Zuid-Frankrijk. Ze koopt er de “Villa des Araucarias” in Cannes. Irene is in wezen niet veranderd. Ze blijft grillig en onbesuisd. Ze brengt haar dagen door in de casino’s van de Côte d’Azur. Wanneer ze in 1963 op 91-jarige leeftijd overlijdt, blijkt dat samen met haar ook een einde is gekomen aan het fortuin van de Camondo.

Wat gebeurde er met het schilderij?

Wat gebeurde er met het portret van Irene? Toen Renoir het schilderij af had, beantwoordde het niet aan de verwachtingen, noch van de opdrachtgever noch van het meisje zelf. Het schilderij werd ergens opgehangen in de vertrekken van het personeel. Renoir die op voorhand geen vaste prijs bedongen had, kreeg er veel minder voor dan wat hij verwacht had van zo’n rijke opdrachtgevers. Het bracht hem ertoe een aantal antisemitische uitspraken te doen.

Wanneer Irene trouwt met Moïse, verhuist het schilderij met haar mee naar haar nieuwe woning. Maar na de scheiding keert het schilderij opnieuw naar het ouderlijk huis. In 1910 schenkt de moeder van Irene, gravin Cahen d’Anvers het schilderij aan haar kleindochter Béatrice, dochter van Irene. Niet omdat het om een Renoir ging, maar als aandenken aan de moeder die ze zo gemist had. 

Verschillende decennia later, tijdens WOII, is de waarde van het schilderij ondertussen wel doorgedrongen tot de familie Camondo en Cahen, en ook ver daarbuiten. Het schilderij raakt in handen van Goering, die het  afstaat aan een zekere Georg Bührle, rijk Zwitsers industrieel van Duitse origine, leverancier van zwaar legermateriaal aan de Wermacht en belangrijk koper van kunst.

Na de bevrijding ontdekt Irène Cahen d’Anvers op een tentoonstelling van “Meesterwerken van Franse collecties teruggevonden in Duitsland en Zwitserland” haar portret. Ze onderneemt stappen om het terug te bemachtigen en laat het identificeren, wat haar weinig problemen oplevert, iedereen weet immers dat het portret Irene Cahen d’Anvers voorstelt. Via de erfenis van haar dochter, laatste officiële eigenaar van het portret, komt Irene opnieuw in bezit van haar eigen schilderij. Maar de haat-liefde relatie met het schilderij blijft en even later – in 1949 – besluit ze het schilderij te koop te stellen bij een Parijse gallerie. Het duurt niet lang of een koper meldt zich aan. Het is… Georg Bührle. Het schilderij vertrekt opnieuw naar Zwitserland, ditmaal in alle legaliteit en met de goedkeuring van de Franse staat. Het hangt vandaag in de Foundation E.G. Bührle in Zurich.

Het schilderij is dus jammergenoeg niet te zien in het museum Nissim de Camondo. In het museum vinden we wel een mooie collectie van 18e eeuwse kunst. Niet zozeer schilderijen, dan wel meubels, tapijten en prachtige porceleinen serviezen. Alles staat er nog precies zoals Moïse de Camondo het heeft achtergelaten. En als je geluk hebt, kan je ook nog een glimp opvangen van de kamerdienaar, die er nog altijd rondloopt in het costuum van die tijd.

Beoordeling Museum Nissim de Camondo

Voor liefhebbers van binnenhuisarchitectuur en -inrichting, 18e eews kunst, servies in porcelein van Sevres, bijzonder mooie kamerschermen, weelderige bedden, luxe-artikelen. Zeer goed onderhouden. Alles blinkt en glimt. Duur bezoek: ca. 2 uur. Geen tijd om ter plaatse te gaan? Op de website van het museum kan je alvast een uitgebreide virtuele toer  maken.

Praktische informatie

Waar ? Musée Nissim de Camondo, 63, rue de Monceau, 75008 Paris. Metro : Monceau.
Wanneer ? Woensdag tot zondag van 10u tot 17u30; gesloten op maandag en dinsdag.
Hoeveel? 7 euro, inclusief audioguide. Diverse kortingen voorzien. Klik hier voor  voorverkoop tickets.

3 reacties op Museum Nissim de Camondo: saga van een Joodse bankiersfamilie

  1. Lieve Heiremans zegt:

    Vind het museum prachtig .Zou er graag een weekje in verblijven . Het verhaal over de familie is wel heel droevig .Zo zie je geld maakt niet altijd gelukkig .Hoop dat ik nog eens het geluk heb in de toekomst om het museum een tweede maal te bezoeken .Tijdens ons bezoek was er ook een tijdelijke tentoonstelling van een copy van Le secretaire a cylindre gerealiseerd door Bart Declerck ( een vlaming ).Het was prachtig,daar waren we heel fier over !!!

    Lieve

  2. Bo zegt:

    Het museum is schitterend en de familie geschiedenis is erg interessant. Zou je me kunnen vertellen wat je als bron hebt gebruikt? Veel dank en hartelijke groeten

    • ingercamps zegt:

      Het is ondertussen al even geleden dat ik het artikel schreef en de bronnen… dat zou ik niet meer kunnen zeggen. Ik heb mij vooral gebaseerd op wat ik her en der op internet vond.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: